V. Johann Albert 1679/1762 en verdere kinderen van het echtpaar Albert Bausch/Johanna Dorpmann

 

 

  1. Johann Diedrich Bausch

 

De oudste zoon Johann Diedrich Bausch is, volgens de leeftijdsopgave in het overlijdensbericht in het kerkboek van de gereformeerde kerk te Jülich 79 jaar en is  in 1664/65 in Inden geboren. Op 14.5.1685 wordt hij in een akten notitie genoemd, waarin hij zijn vader meldt dat zijn zoon Johann Diedrich  het op 5.7.1636 verstrekte testament van Sixtus Sixtii ( echtgenoot van Katharina Bausch),  hem uitgeleend, aan Heiman van Pier gegeven heeft. Sinds ongeveer 1690 duikt Johann Diedrich als zelfstandige kerkbelasting betaler op in de ouderling rekeningen van de gereformeerde gemeente Dúren, met een bescheiden bedrag van 1 Gulden jaarlijks. Op 16.5.1697  wordt hij met Maria Nacken, dochter van Daniel Nacken en Katharina Nobis in de gereformeerde gemeente Eschweiler getrouwd. Het jonge echtpaar trekt naar Inden en woont in het “kanthuis “, de ouden Zehenthof tegenover de katholieke Kerk.Johann Diedrich Bausch neemt tenminste de helft van het bezit over, dat zijn vader Albert in Inden en omgeving had. Daarbij komen van zijn schoonmoeder Katharina Nobis,  dochter van Simon Nobis van Pattern ,  haar grondstukken die bij de oude Geunicher diensthof , in die tijd meestal Nobishof genoemd,  behoren. Het gaat om de helft van wat de erfgenamen Simon Nobis hadden; in het jaar 1696 bezaten zij totaal 33 morgen land. Verder erft Johann Diedrich na de dood van zijn ouders delen van de Lehnhof van Berzbuir. Het zijn, een derde en een vijfde- ongeveer 30 Morgen- die hij op 19.2.1725 in een ruil contract, ter beschikking stelt. Daarvoor  krijgt hij een vierde van de Berensteiner Hof bij Röhe, erfgoed van zijn schoonzus Maria Elisabeth von Berenstein in de plaats. Van de zeven kinderen van het echtpaar Johann Diedrich Bausch/ Maria Nacken zijn er zes volwassen geworden,  die  allen getrouwd zijn en talrijke nakomelingen hadden. De oudste zoon Johann Albert wordt koopman en bankier in Linnich. Zijn jongere broer Matthias Daniel is de stamvader van de in Inden gebleven tak van de familie. De derde zoon, naar  de vader Diedrich of Theodor genoemd, wordt na zijn eerste huwelijk woonachtig in Pattern. Daar is hij bestuurder, een ambt, dat reeds in 1715 en 1720 zijn schoonvader Nicolaus Nickel had. Alleen uit zijn tweede huwelijk, die hij in de leeftijd van 68 jaar gesloten had, zijn nakomelingen gekomen.- Anna  Catharina, de oudste dochter van het echtpaar Bausch/Nacken, geboren in 1706, trouwde   voor de eerste keer met Wetzel von Schade zu Niederempt, in een tweede huwelijk op 13.2.1744 met Johann Theodor Brandt. Zij wordt daarmee stammoeder van de Evangelische familie Brandt in Inden die tot het eind van de 19 e eeuw in de mannelijke lijn floreerde - Anna Christina Bausch, geboren 20.4.1709 in Jülich, huwde in 1735 met Johann Henrich Nobis, zoon van Johann Adam, Nobis en Helene Plum. Zij blijft in Inden wonen en heeft talrijke nakomelingen. De derde dochter Sibylla Ida – geboren. 2.5.1712, trouwt op 25.2.1736 in Jülich met Nickolaus Nickel, zoon van Theodor Wilhelm Nickel en Cornelia Platz. Zij wordt woonachtig in Jülich, haar man is daar moutmaker en winkelier. Hij bezit in Jülich het huis Nr. 30 ( Raderstr 24. Van hun negen kinderen groeien er vijf op, vier hebben nakomelingen.

 

  1. Anna Catharina Bausch

 

De oudste grijpbare dochter van het echtpaar Albert Bausch/ Johanna Dorpmann heet Anna Catharina; haar geboortejaar is rond 1668/70. en zij huwt  op 2.8.1696 met Jurriaen (Georg) Jans Westerhof , woonachtig te Amsterdam. Op 2.8.1696 is in Amsterdam  de doop.van een zoon jan registreert: daarbij verschijnt als peet de grootmoeder Johanna Dorpmann, daarbij een verdere doopgetuige een Jan Boes, bij wie het zich om de  broer van de moeder van Johann Diedrich Bausch zal handelen ,die zijn moeder op reis naar Amsterdam begeleidt heeft. Op 2.3.1704, als de in 1696 geboren zoon Jan sterft, woonde de familie Westerhof in de Laurierstaat en in  1702 aan de Rozengracht. Jurrianen Jans Westerhof sterft tussen 18.2.1702 en 29.6.1720. Hij is evenwel niet in Amsterdam begraven. Op 26.7.1702  ontvangt de weduwe een erf bedrag van 200 rijksdaalders. Op 31.1.1721 verkoopt zij haar nog behorende aandelen in de Berzbuir Hof, een vijfde deel voor 175 rijksdaalders aan haar broer Johann Albert.

Het volgende jaar sterft zij, ten laatste geleefd te hebben in Amsterdam op de Pijpmarkt in de melkmeisje steeg. Zij werd op 12.12.1722 op het Wester kerkhof in Amsterdam bijgezet. Haar kinderen zijn jong gestorven.

 

  1. Ida Bausch

 

Ida Bausch is rond 1672/75 in Berzbuir geboren en zij trouwde in 1696 met Johan Türck ( of Türken), met wie zij woonachtig werd in Inden. De herkomst van haar echtgenoot laat zich niet herleiden, op 2.5.1712 is hij reeds gestorven. Op die dag  verschijnt Ida Bausch, weduwe Türken als peetmoeder bij haar nicht Sibylla Ida  Bausch. Zij wordt nog eenmaal als doopgetuige in 12.7.1725 geregistreerd, waarna zij spoedig overleden moet zijn. Kinderen heeft alleen de dochter Susanne Maria Türken, die in 1737/38 met Balthasa Rödere uit Flamersheim getrouwd is.

 

 

  1. Johanna Maria Bausch

 

Johanna Maria Bausch sterft op 3.12.1717 in de leeftijd van 39 jaar in Düren, zij is geboren rond 1677/78.  In 1697 trouwde zij met Mathias Troisdorf in een oude Dürense Patriciër Familie, met wie zij tenminste zes kinderen had. Van twee zonen en een dochter bestaan nog nakomelingen.

 

  1. Johann Albert Bausch

 

De jongste zoon van het paar Bausch/ Dorpman, Johann Albert, geboren 1679/80, gestorven in 19.6.1762 in het 83e levensjaar, verbleef op de Hof in Berzibuir waarvan hij op 31.1.1707 en opnieuw in 4.4.1724 het pachtrecht kreeg. Op  27.8.1703 deelt ons het kerkenboek van de katholieke pastoor Lendersdorf de doop van een onecht kind, dochter Johanna Christina, mee. Daarbij wordt opgemerkt, dat  de moeder Maria Clara Jannsen was die met Johan Albert Bausch verloofd, doch niet getrouwd, was.  Het voogdijschap nemen de beide grootmoeders op zich, die hier Johanna Brewer heet, terwijl men haar op de Hof noch  naar de oude eigenaar “brewersgut” vernoemde. Tot een huwelijk is het niet gekomen. Ofwel het kindmoedertje  is kort daarop gestorven  of de religieuze barrière was niet te overbruggen. Op 18.9.1706 sluit Johann Albert Bausch dan een huwelijk met Maria Elisabeth von Berenstein, dochter van de overste luitenant Johann von Berenstein en Maria Elisabeth Born uit Utrecht, onder ongewone  omstandigheden een verbond voor het leven. Oogwaarschijnlijk was de famile het niet met het huwelijk eens, waarop  beide verliefden in Aken een katholieke pastoor zochten. In diens aanwezigheid verklaarden zij zich tot  man en vrouw, zodat daarmee een voor die tijd rechtsgeldig huwelijk ontstond. Zelfs wanneer  Johan Albert Bausch voor enige tijd wegens dit optreden door de gereformeerde kerk wordt geëxcommuniceerd, veranderde dit niets aan de rechtspositie. Snel zal men daarmee  klaar gekomen zijn.

Want in 1711, 1718 en 1721 is Johann Albert diaken, en in 1733 ouderling van de gereformeerde  gemeente in Düren. Johann Albert Bausch heeft zich tot doel gesteld de Pachthof in Berzbuir te consolideren en het gelukt hem alle  familie, die nog aandelen in het Gut hebben met geld af te kopen. Op hoge leeftijd draagt hij  in een formeel koopcontract de hof van Berzbuir over  aan zijn derde zoon Johann Bernhard, die op 9.2.1748 het pachtrecht krijgt en  op 31.11.1751 met Johanna Gertrud Hoesch trouwt. Voorheen hield Johann Bernhard Bausch zich lange tijd in het buitenland op. In 1745 ondernam hij reizen naar Londen en ‘s-Gravenhage,  in 1747 was hij directeur Post van het hoofdkwartier in het Nederlandse leger. Na de dood van zijn vrouw Johanna Gertud Hoesch huwde hij opnieuw op 22.11.1786 met zijn nicht Susanna Maria Bausch uit Beek.

Beide huwelijken bleven kinderloos.

 

De oudste zoon van  het echtpaar Bausch/Berenstein heet naar de vader Johann Albert. Hij werd in 1735 in Beek bij Sittard woonachtig, alwaar hij sinds 1754 schepen was.

Met zijn Vrouw Caecilia Stas  had hij 9 kinderen, die grotendeel weer nakomelingen hebben die heden ten dagen in de nog florerende  Nederlandse tak Bausch zijn terug te voeren. De oudste dochter Johanna Catharina Bausch geb. 8.5.1710, huwde op 16.10.1735 met Johannes Croon, Schepen en burgemeester van Houtem bij Valkenburg. Ook hiervan zijn talrijke nakomelingen bekend. Zoals ook van haar zusters Ida Bausch 30-7-1712  getrouwd op 27.12. 1746 in Düren met Abraham Franken uit Vorweiden, Catharina Elisabeth Bausch, geb. 29.6.1702 die in 1745 met Karl Frierich Beuth uit Düren trouwt en van de jongste  Susana Maria Bausch geb. 28.5.1725, die in 1761 huwt met Isaak Brocard van Dalheim in het bisdom Luik.

Tenslotte zijn er nog twee zonen van het echtpaar  Bausch/Berenstein, namelijk Johan Adam, geb. 25.3.1712, in 1740 gehuwd met Gertrud Goebel, weduwe van Heinrich Boch van Lürken, en Theodor Bausch geb. 12.7.1722 en gehuwd 28.10. 1761 in Düren met Johanna Margarethe Henrichs uit Horm. Johann Adam Bausch, later herbergier in Lürken, heeft twee dochters, die talrijke nakomelingen hebben.

Theodor Bausch, landwirdt in Schneidenhausen, heeft naast meerdere dochters drie zonen die een famile gesticht hebben. Over het verblijf van deze kinderen en nakomelingen is niets bekend.