II. Ahasver of Schweidt Bausch

 

Uit het tweede huwelijk van Werner Bausch en Katharina Wiedenfelt zijn twee zonen geboren.

Beiden worden in het koop-erfboek van Inden op 2.4.1583 genoemd, wanneer hun stiefvader Johan Bardenhewer hun ongeveer 13 morgens land  overdraagt die hij kort daarvoor gekocht had.  Waarschijnlijk kwam het geld van de verkoop van grond of renten van Blatzheim en omgeving , afkomstig van Werner Bausch.De moeder van de gebroeders Bausch was op 14.1.1570 nog weduwe. Daarna heeft zij op 13.4.1606 een tweede huwelijk met Johan Bardenhewer gesloten en is ze kort voor 1612 gestorven. Zij had het vruchtgebruik van  het totale vermogen van haar eerste man, zodat haar zonen slechts slepend in het bezit van hun vaderlijk erfgoed geraakten. In het jaar 1612, na de dood van hun moeder en stiefvader erfden de gebroeders het erfgoed van hun vader dat ze met hun  halfbroers uit  eerste huwelijk moesten delen. Daarbij kwam echter het niet onaanzienlijke erfdeel van hun moeder Katharina Wiedenfeld. In een langlopend proces, 1614 tot 1624, tegen Giel Schumacher wegens het niet betalen van pacht worden de gebroeders  in het gelijk gesteld. Adam Bausch is waarschijnlijk in Altdorg  gevestigd geweest. Hij was gereformeerd want , op 14.2.1623 treedt hij op als peetvader van een kind van Heiricht Mundt en een Dreutgen Wiedenfeld. Of Adam getrouwd geweest is  kan niet bewezen worden.Mogelijk was hij met een dochter van het echtpaar Wilhelm von Hoengen , genoemd Wassenberg en Arnold Nickel gehuwd, die op 1580 op de Geunischer Dienstboerderij woonden , die voor de helft zijn eigendom was. Mogelijk kan het zijn dat hij een nieuwe naam Daems of Damen ( afgeleid van Adam) heeft aangenomen om zich te onderscheiden van zijn oudste broer.

De oudste broer Schweidt is identiek aan een in een contract voorkomende Ahasver Bausch wanneer

hij voor het gerecht in Inden  zich voor een Wilhelm Men ( in feite von Streithagen ) garant stelt met als borg zijn  bezit in Inden. Een perceel was met een hypotheek belast van 20 Reichtalern , een oude schuld, die door Sixtus Sixtii- echtgenoot van Katharina Bausch - en zwager van de gebroeders Bausch in 1631 wordt afgelost.

 

Ahasver Bausch was volgens een rouwoorkonde van zijn dochter Christine  in 1627 met Wilhelmina Balkarts getrouwd, die uit Aken stamde en die met grote waarschijnlijkheid een dochter van Diedriech Blankarts was. Deze is op 16.4.1568 ouderling van de gereformeerde gemeente in Aken en sterft op 18.7.1592 in Aken. Zijn vrouw was waarschijnlijk van oorspong uit Dalhem bij Luik van  de familie Robe , die rond 1580 naar Aken trok. Zij erfde , na de dood van haar moeder rond 1626, een aanzienlijk vermogen. Zo kan zij op 12.7.1627 voor 1800 Reischtaler de andere helft van  de boerderij ( Zevelberg) in Inden kopen. Ook heeft zij een boerderij in s,Gravenvoeren ( ongeveer 6 km noordoostelijk van Dalhem) op 6.3.1641 voor 6000 Maastrichtse Gulden verkocht.

Na haar dood, rond 1630, kunnen haar 6 kinderen een erfgoed delen van meer dan 200 morgen land in Inden en omgeving. Wilhelmina Blankarts is zeker de tweede vrouw van Ahasver geweest. Voor de eerste maal is Ahasver getrouwd met een zus van Wilhelm von Streihagen (genoemd Men) .Kinderen uit het eerste huwelijk zijn niet volwassen geworden want de zes kinderen, 3 zonen en 3 dochters uit zijn huwelijk met Wilhemina worden later in erf documenten vermeld.