Maleis-Nederlands A-Z
 
A
à propos = ngomong-ngomong
aaien = mengelus, mengusap
aak = tongkang
aal = belut
aalmoes = sedekah, derma
aalmoezenier = pastor tentara
aambeeld = paron
aambeien = wasir, bawasir
aan = kepada
aan de linkerkant = di sebelah kiri
aan de overkant = di seberang
aan de rechterkant = di sebelah kanan
aanbellen = mengebel
aanbesteden(ing) = memborongkan pekerjaan
aanbetalen = membayar di muka
aanbetaling = pembayaran di muka, uang muka
aanbevelen = menganjurkan
aanbeveling = rekomendasi
aanbidden = memuja, menyembah
aanbieden = menawarkan
aanbieding = obral terbatas
aanbieding, aanbod = penawaran
aanbouw(in) = sedang dibangun
aanbranden = gosong, hangus
aanbreken(de dag) = fajar menyingsing
aanbreken(bv. pak suiker) = membuka
aandacht = minat, perhatian
aandachtig = penuh perhatian
aandeel = saham
aandenken(het) = peringatan
aandoen(kleren) = memakai
aandraaien = memutar erat
aandrang = desakan hati
aandrijven = menggerakkan(gerak)
aandringen(op ... van) = atas desakan
aandringen(pressie) = memaksa(paksa)
aanduiden = menunjukkan(tunjuk)
aaneen = jadi satu, serangkai
aangaande = mengenai tentang, berkenaan dengan
aangebrand = gosong
aangedaan = rawan, silu
aangeklaagde = terdakwa
aangelegenheid = kesempatan, soal
aangenaam = seronok
aangenaam = naim, nikmat
aangereden = ditubruk
aangesloten = sudah disambung
aangetekend = tercatat
aangeven = melaporkan
aangezien = sebab, karena
aangifte doen = melaporkan(lapor)
aangrenzend = sebelah
aanhalen(aaien) = mengelus
aanhalen(citeren) = mengutip
aanhalingstekens = tanda kutip
aanhangen = menganut(anut)
aanhanger = gandengan
aanhangmotor = mesin tempel
aanhangwagen = kereta-gendeng (tempel)
aanhebben = memakai(pakai)
aanhouden(doen stoppen) = menahan(tahan)
aanhouden(doorgaan) = terus
aanhoudend = terus-menerus
aanhouding = penahanan
aankijken = memandang, menatap
aanklacht = pengaduan
aanklager = jaksa
aankleden = berpakaian
aankomen(arriveren) = sampai tiba
aankomen(dikker) = tambah gemuk
aankomst = datangnya, tiba
aankomsttijd = waktu tiba
aankondigen = mengumumkan
aankoop = pembelian
aankruisen = menyilang(silang)
aanleg = bakat
aanleggen(iets) = memasang
aanleiding = sebab
aanmaken = memasang
aanmaning = peringatan resmi
aanmelden(zich) = (men)daftar, mel
aanmerking = teguran
aanmoedigen = membesarkan hati, menggalakanan
aannemelijk = masuk akal
aannemen = menerima
aannemer = pemborong
aanpak = siasat
aanpakken(iemand) = menindak
aanpassen = membiasakan diri
aanplakbiljet = plakat
aanraden = (mem)perkosa, menyentuh(sentuh)
aanraken = sentuh, menyenggol
aanranden = (mem)perkosa
aanranding = penodaan
aanrijden = menabrak(tabrak)
aanrijding = tabrakan
aanroepen = menyebut
aanschaffen = membeli
aanschouwen = memandang(pandang)
aanslag(belasting) =penetapan pajak
aanslag(misdrijf) = makar
aansluiten = menyambung
aansluiten(zich ... bij) = bergabung dengan
aansluiting = sambungan
aansporen = oja, (men)dorong
aansprakelijk(heid) = bertanggung jawab
aanspreken = menegur(tegur)
aanstaande = bakal
aansteken(vuur) = menyalakan(nyala)
aansteken(ziekte) = menulari(tular)
aansteker = geretan, catus
aanstellen(zich) = sok
aanstootgevend = tidak sopan
aanstoten = senggol, mengubit
aantal = bilang, jumlah
aantekenen = (men)catat
aantekening = catatan
aantonen = membutikan
aantrekkelijk = menarik, cantik
aantrekken = mengenakan
aantrekken(het zich aantrekken) = memasukkan
aantrekken(trekken aan) = menarik
aantrekkingskracht = gaya tarik
aanvaarden = menerima
aanval = serangan
aanvallen = menyerbu
aanvangen = mulai
aanvangstijd = waktu mulai
aanvankelijk = (se)mula
aanvaring(botsing) = tabrakan
aanvaring(conflict) = bentrokan
aanvatten = menjabat
aanvoelen = merasai
aanvoer = suplai, perbekalan
aanvoerder = pemimpin
aanvraag = permintaan
aanvragen = meminta
aanvullen = melengkapi
aanwennen = membiasakan
aanwezig = ada, hadir
aanwijzen = menunjuk
aanwinst = tambahan
aanzien(status) = gengsi
aanzienlijk = lumayan
aap = kera, monyet
aar = bulir
aarbol = bola bumi
aard = tabiat
aardappel = kentang
aardbei = arbai
aardbeving = gempa bumi
aarde(grond) = tanah
aarde(planeet) = bumi
aardewerk = tembikar
aardgas = gas tanah
aardig = ramah
aardolie = minyak tanah
aardrijkskunde = ilmu bumi
aardschok = gempa bumi
aardverschuiving = tanah longsor
aars = pantat
aartsbisschop = uskup agung
aarzelen = bimbang, ragu-ragu
aas(kaart) = as
aas(lokaas) = umpan
abattoir = penjagalan
abces = bengkak
abdij = biara
abnormaal = ganjil
abonnement = abonemen
abortus = keguguran
absoluut = pasti
absorberen = menyerap
abstract = abstrak
absurd = absurd, tidak masuk akal
academie = akademi
accent(nadruk) = penekanan
accent(teken) = aksen
accent(tongval) = logat
acceptabel = dapat diterima
accepteren = menerima
accijns = cukai
acclamatie = aklamasi
accolade = tanda kurung
accomodatie = akomodasi
accu = baterai, aki
accuraat = akurat
ach = aduh
achste = kedelapan
acht = delapan
achteloos = lalai
achten = (meng)hormati
achter = (di) belakang
achteraan = di belakang
achteraf(afgelegen) = terpencil
achteraf(later) = belakangan
achterbaks = culas
achterban = anggota partai politik
achterblijven = kebelakangan, tertinggal
achterdocht = kecurigaan
achterdochtig = curiga
achtereen(volgens) = berturut-turut
achtergrond = latar belakang
achterhalen = menyusul
achterin = di belakang
achterkant = sebelah belakang, balik
achterlaten = meninggalkan(tinggal)
achterlicht = lampu belakang
achterlijk = terbelakang
achternaam = nama keluarga
achterop raken, achtergelaten = tertinggal
achterover(liggen) = telentang
achterste = lerbelakang
achterste(bips) = pantat
achtersteven = buritan
achterstevoren = terbalik
achtertuin = kebon belakang
achteruit = mundur
achteruitgang(achterdeur) = pintu belakang
achteruitgang(teruggang) = kemunduran
achtervoegsel = akhiran
achtervolgen = mengejar
achterwerk = pantat
achterwiel = roda belakang
achting = hormat
achttien = delapan belas
acne = jerawat
acteur = aktor
actie = aksi
actief = aktif
activiteit = kegiatan
actrice = aktris
actualiteit = berita hangat
actueel = aktuil
acuut = gawat, akut
adatrecht = hukum adat
adder = ular belundak
adel = ningrat, bangsawan
adelaar = burung rajawali
adellijk = ningrat
adem = napas, nafas
ademen = bernapas
ademhalen = bernafas
ademhaling = pernapasan
adequaat = memadai
ader = pembuluh
adhesie = adhesi
adjectief = kata sifat
administratie = administrasi, tata usaha
admiraal = laksamana
adopteren = mengadopsi
adoptie = adopsi
adres = alamat
adresseren = mengalamatkan(alamat)
advertentie = iklan
adverteren = mengiklankan(iklan)
advies = nasihat
adviseren(iemand) = menasihata
adviseren(iets) = menasihatkan
adviseur = konultan
advocaat = pengacara
af(klaar) = selesai
af(neer) = turun
af en toe = sekali-sekali
afbekken = menghardik
afbetaald = lunas
afbetalen = melunasi
afblijven = lepas tangan, tidak memegang
afbraak = pembongkaran
afbranden = terbakar habis
afbreken = membongkar, merombak
afbreken = dirombak, bungkar
afdalen = memnurun(turun)
afdanken = membuang
afdekken = menutup(tutup)
afdeling = bagian
afdingen = menawar, tawar
afdragen = menyerahkan(serah)
afdrijven = membias(bias)
afdrogen = mengeringkan(kering)
afdruk = cap
afdruk(van foto) = afdruk
affaire(gebeurtenis) = peristiwa
affaire(liefdesrelatie) = hubungan cinta
affiche = poster
afgaan = jatuh gengsi
afgebroken = putus
afgedragen = butut, rombeng
afgegeven = dikeluarkan(keluar)
afgekeurd = diapkir
afgekort = disingkatkan
afgelasten = membatalkan
afgeleerd = tidak dapat lagi
afgelegen = jauh
afgelegen = terpencil
afgeleide woord = kata jadia
afgelopen = habis
afgemat = tetih
afgesproken = oke
afgestudeerd = tamar belajar sekolah tinggi
afgevaardigde = wakil
afglijden = merosot
afgod = berhala
afgrond = jurang
afgrond = ngarai
afgunst = khisit
afgunstig = dengki
afhakken = memotong(potong), memenggal(penggal)
afhankelijk = tidak bebas
afkeer(ig) = enggan
afkeuren = mengapkir(apkir)
afkijken = menuri
afknippen = memepat(pepat)
afkomst(geboorte) = kelahiran
afkomst(herkomst) = asal
afkomstig = berasal dari
afkondigen = mengumumkan
afkorten = menyingkatkan(singkat)
afkorting = rumus
afleggen = tempuh
afleggen(afstand) = menempuh
afleggen(kleren) = menanggalkan
afleiden = menurunkan(turun)
afleiding = penurunan kata
afleveren = menyerahkan
afloop = habis, akhir, selesai
aflopen = berhinti, habis
aflossen = berganti jaga
afluisteren = mendengarkan
afmaken = menyekesaikan
afmaken(doden) = mematikan(mati)
afmatten = meletihkan(letih)
afmeting = ukaran
afname = penjualan
afnemen(minder worden) = surut
aforisme = kata mutiara
afpersen = memeras
afpersing = pemerasan
afplukken = menggentas(gentas)
afraden = mencegah
afranselen = memukuli(pukul), menggebuki
afranselen = melabrak(labrak)
afrekenen = membayar(bayar)
afrekening = perhitungan
afremmen = memperlambat
afrit = aprit
afronden = membulatkan(bulat)
afruimen = mengangkat(angkat)
afschaffen = meniadakan(tiada)
afscheid = perisahan(pisah)
afscheiden = memisahkan
afschieten = menembakkan(tembak)
afschrift = timbusan
afschrijven = penghapusan
afschrikken = menakutkan(takut), mengagetkan(kaget)
afschuw = kemuakan
afschuwelijk = mengerikan(ngeri)
afschuwelijk(weerzinwekkend) = jijik
afslaan = menolak(tolak)
afslaan(richting) =belok
afslachten = membantai(bantai)
afslanken = menguruskan badan
afsluiten = menutup(tutup), mengunci(kunci
afsluiting = penutup
afsnauwen = menbantik(bantik)
afsnijden = memotong(potong)
afspelen = berlakunya
afspraak = janji
afspreken = berjani
afspreken(ontmoeting) = berkencan(kencan)
afspringen = terjun
afstaan = menyerahkan(serah)
afstammeling = keturunan
afstammen = berasal
afstand = jarak
afstandsmeter = odometer
afstappen = turun
afstellen = menyetel(setel)
afstijgen = turun
afstoffen = mengebut(kebut)
afstotelijk = menjijikkan
afstuderen = wisuda
aftakking = percabangan(cabang)
aftappen = menyadap
aftocht = pengundaran(undur)
aftrap = tendangan pertama
aftreden = mengundurkan diri, melatakkan jabatan
aftrek = pemotongan
aftrekken = mengurangi(kuran)
aftuigen = menghajar(hajar)
afvaardigen = mengutus
afval = kotoran, sampah, limbah
afvalbak = bak kotoran
afvallen(bladeren) = rontok
afvallen(van iets) = jatuh dari .... ke ....
afvalplaats = tempat buang kotoran
afvalprodukt = limbahan
afvoer = selokan, saluran
afvoergoot = apuran
afvragen zich = bertanyakan diri
afvuren = berondong
afwachten = menantikan
afwas = cucian piring
afwatering = penyaluran
afwegen = mempertimbangkan
afweging = pertimbangan
afweren = menanggulangi, menolak, menangkis
afwerken = menyelesaikan
afwezig = takhadir
afwijken = menyimpang
afwijkend = berbeda
afwijking = kelainan
afwijzen = menolak
afwijzing = penolakan(tolak), penampikan(tampik)
afwisselend = bergantian
afzeggen = membatalkan
afzender = pengirim
afzetter = penipu
afzetting = barikade
afzien = tidak menghendaki lagi
afzijdig = bersikap tidak berpihak
afzonderen = memisahkan
afzonderlijk = sendiri-sendiri
agenda = agenda
agenda(programma) = acara
agent = agen
ageren = melawan(lawan)
ageren = menentang(tentang)
agitator = agitator
agrariŽ = petani
agressie = agresif, galak
air-conditioning = ac
akelig = suram
akker(droge) = ladang
akker(natte) = sawah
akkoord = setuju
akkoord(muziek) = akur
akte = akta
aktentas = aktentas
al = sudah
alarm = canang
album = album
alcohol = alkohol
aldaar = si sana, di situ
aldoor = terus menerus
aldus = gini, demikian(lah)
alfabet = abjad
alfabetisch = menerut abjad
algeheel = antero
algemeen = umu
alhoewel = meskipun
alinia = alinea
alle(n)s = semuanya
alleen = sendiri, sendirian
allemaal = segala, semua
allereerst = pertama-tama
allergisch = alergis
allerlei = berbagai
alles = semua
alliantie = aliansi
allicht = tentu saja, memang
allocatie = penjatahan, alokasi
almachtig = mahakuasa
almanak = almanak
alom = di mana-mana
als = kalau, sebagai
alsjeblieft = silakan
alsmede = lagi pula
alsof = selaku, seolah-olah, seakan-akan
alstublieft = silakan
alstublieft gaat u gang = sila(h)kan
alternatief = alternatif
althans = setidak-tidaknya
altijd = selalu, selamanya
aluminium = aluminium
alvast = sebelum dan sesudahnya
amandel = badam
amateur = amatir
ambacht = kria
ambassade = kedutaan besar
ambassadeur = duta besar
ambitieus = berambisi
ambt = jabatan
ambtenaar = pegawai (negeri)
ambulance = ambulans
amen = amin
ammunitie =amunusi
amok maken = mengamuk
amper = hampir
ampere = ampere
amputatie = amputasi
amputeren = mangamputasi
amulet = jimat
amusement = hiburan
amuseren = hibur
analfabeet = tunaaksara, butahuruf
analogie = analogi
analyse = kupasan
analyse = uraian, analisa
ananas = nenas
anatomie = anatomi
andere = yang lain
anderhalf = satusetengah
andermans = punya orang lain
anders = lain
andersom = kebalikkan
anderzijds = sebaliknya
andijvie = andewi
anekdote = anekdot
angel = sengat
angst = gelisah, takut
angstwekkend = menakutkan
animo = animo
anker = jangkar, sauh
ankeren = berlabuh
annexatie = aneksasi
anno = dalam tahun
annoniem = anonim
annuleren = membatalkan (batal)
ansichtkaart = kartu pos bergambar
antenne = antena
anti = anti
antibioticum = antibiotik
anticipatie = antisipasi
anticonceptieniddel = obat atau alat anti-hamil
antiek = kuno, antik
antipathie = tidak suka, rasa benci
antiroest = anti karat
antropologie = antropologi
antwoord = sahutan, jawah
antwoorden = bersahut, menjawab
anus = dubur
apart = tersendire
apathisch = apatis
apelsap = air apel
aperitief = sopi manes
apotheker = apoteker
apparaat = aparat
apparatuur = aparatur
appartement = apertemen
appel (het) = hadir, apel
appel (vrucht) = apel (buah apel)
appendix = apendiks
applaudiseren = bertepuk tangan
appreciatie = apresiasi
aquarium = paling ikan
arbeid = perkejaan
arbeider = pekerja
arbeiderspartij = partai buruh
arbeidsintensief = padat karya
arbiter = wasit
arcade = kakilima beratap
archeoloog = ahli arkeologi
archief = arsip
archipel = nusantara
architect = arsitek
architectuur = arsitektur
archivaris = arsiparis
are = are
areaal = daerah
arena = arena, galanggang
arend = burung rajawali
argeloos = tanpa wasangka
argument = argumen, alasan
argumentatie = argumentasi
argwaan = wasangka
aristocraat = priyayi
aristocratie = bangsawan
arm (bezit) = miskin
arm (ledemaat) = lengan
armade = armade, angkatan laut
armband = gelang
armleuning = sandaran lengan
armoede = kemiskinan
aroma = aroma
arrest = ares
arrest (in arrest) = dalam tahanan
arresteren = menangkap (tangkap)
arriveren = datang, tiba
arrogant = sombong
artiest = seniman, artis
artieste = seniwati
artikel = fasal, karangan cerita
artistiek = artistik
arts = dokter
as = abu, poros
asbak = tempat abu
asbest = asbes
asfalt = aspal
asfaltweg = jalan aspal
asiel (het) = suaka
asociaal = tunasosial
aspect = aspek
asperge = asparagus
aspirant = calon
aspiratie = aspirasi, cita-cita
aspirine = aspirin
asregen = hujan abu
assemblage = perakitan
assembleren = merakit
assimilatie = asimilasi, pembauran
assistent = pembantu
associŽren = menghubungkan
assortiment = asortimen
assurantie = asuransi
astma = asma, penyakit bengek
astmatisch = bengek
astronaut = antariksawan
astronoom = ahli astronomi
asymmetrisch = timpang, senjang
atelier = sanggar
atheÔst = ateis
atlas = atlas
atleet = atlit
atletiek = atletik
atmosfeer = angkasa
atoom = atom
atoombom = bom atom
attache = atase
attent = perhatian
attentie = perhatian
attractie = atraksi
aubergine = terong
audiŽntie = audiensi
audio-installatie = instalasi audio
audivisueel = audiovisual
aula = aula, pendapa
auspiciŽn = perlindungan
auteur = pengarang
auteursrecht = hak cipta
authenthiek = asli, tulen
auto = oto, mobil
auto-ongeluk = kecelakaan mobil
autobank = jok mobil
autobiografie = swariwayat
autobus = otobis
autocratie = swakuasa
autodidact = autodidak, swadidik
autohuur = harga sewa mobil
automaat = otomat
automatisch = otomatis
automatiseren = otomatisasi
automobilist = pengemudi mobil
autonomie = otonomi, pemerintahan sendiri
autonoom = otonomi, mandiri
autorace = balap mobil
autorijden = naik mobil
autoriteir = sewenang-wenang
autoriteit = otorita, pembesar
autosnelweg = jalan lintas, khusus untuk mobil
autoverhuur = persewaan mobil
autoweg = jalan raya
avantgarde = pramuka
avenue = jalan besar
averechts = sebaliknya
avocado = buah apokat
avond = senja, malam
avondblad = (surat) kabar sore
avondeten = makan malam
avondkleding = busana malam
avondklok = jam malam
avondmarkt = pasar malam
avondschemering = senja kala
avondschool = sekolah malam
avondwinkel = toko malam
avonturier = petualang
avontuur = tualang
azijn = cuka
B
baai = teluk
baal = bal, karung
baan (om de aarde) = orbit
baan (werk) = jalur, pekerjaan
baanbreker = perintis jalan
baard = jenggot
baargeld = uang tunai
baarmoeder = kandung
baas = kepala
baat = laba
babbelen = mengobrol (obrol), bercakap-cakap
baboe = pembantu
baby = bayi
baby-artikelen = barang-barang bayi
babysitter = pramusiwi
bacil = basil
bacterie = bakteri
bad = tempat mandi
baden = mandi
badhanddoek = anduk
badkamer = kamar mandi
badkuip = jambang mandi
badminton = bulutangkis
badpak = baju renang
badplaats = pemandian
badstof = bahan handuk
badzeep = sabun mandi
bagage = bagasi
bagagekluis = lemari besi untuk bagasi
bagagerek = rak bagasi
bagageruimte = tempat bagasi
baggeren = mengeruk (keruk)
baggermolen = kapal keruk
bajonet = bayonet
bak = bak
bakboord = kiri
baken = tanda penunjuk di laut
baker = dukun beranak
bakkebaarden = jambang
bakkeleien = berkelahi (kelahi)
bakken = membakar, menggoreng
bakker = tukan roti
bakkerij = pabrik roti
bakmeel = tepung kue
baksteen = batu bata
bal (dansen) = pesta dansa
bal (voetbal) = bola
balanceren = menyetimbang
balans = timbangan
baldadig = nakal
bali (van hotel) = bali
balk = balok
balkon = balkon
ballast = beban
ballen (spelen) = main bola
ballet = balet
balling = orang buangan
balpen = balpen
bamboe = bambu
bami = bakmi
banaan = pisang
band = ikat
banden plakken = tambal ban
bandiet = bandit
bang = cemas, takut
bang berzorgd = khawatir
bank = bangku
bankbiljet = uang kertas
bankemploye = pegawai pank
banket = bangket
bankrekening = rekening bank
bankroet = bangkrut
banneling = orang buangan
bar = bar
barak = barak
barbaars = biadab
baren = melahirkan
barriŽre = rintangan
barst = retak
baseren = mendasarkan (dasar)
basis = alas, pangkal, dasar
basisschool = sekolah dasar (sd)
basiswoord = kata dasar
basketbal = bola basket
bast = kulit pohon
bastaard = jadah
baten = berguna
batik = batik
batikken = membatik
batterij = baterai
beÔnvloeden = mempengaruhi (pengaruh)
beambte = petugas, mantri
beantwoorden = menjawab
bebloed = berdarah
beboeten = mendenda, menilang
bebost = berhutan
bed = tempat tidur
bedaard = perlahan
bedankt = terimah kasih
bedding = alur
bedeesd = malu
bedekking = tudung
bedelaar = peminta-minta
bedelen = mengemis
bedenken = memikirkan
bederf = kebusukan
bederven = membusuk
bedevaart = naik haji
bediende = pembantu, pelayan
bedienen = melayani, selenggara
bedoelen = bermaksud
bedoeling = niat, maksud
bedompt = sumpek
bedorven = basi, sudah busuk
bedrag = jumlah
bedreigen = mengancam, menodong
bedrijf = perusahaan
bedrijven = mengerjakan
bedroefd = sedih
bedrog = kecoh
beduusd = bingung
bedwateren = ompol
bedwelmen = memabukkan (mabuk)
bedwingen = menahan (tahan)
beeindigd = putus
beek = kali, sungai
beeld = arca, patung
beeldende kunst = seni rupa
beeldhouwer = pemahat
beeldhouwkunst = seni pahat
beeldhouwwerk = pahatan
beeldscherm = layar
been = kaki
beer = beruang
beest = hewan, binatang
beet = gigitan
beetje = sedikit
beetnemen = mengakali
befaamd = ternama
begaafd = berbakat, sakti
begaan = berbuat
begane grond = lantai dasar
begeerte = dambaan, syawat
begeleiden = mengiring, menuntun
begeleider = pengiring, pembimbing
begeren = mendambakan
begin = permulaan, awal
beginneling = pemula
beginnen = mulai, memulai
beginpunt = titik awal
beginsel = pokok
begraafplaats = kuburan pemakaman
begraven = memendam
begravenis = pemakaman
begrenzen = membatasi
begrijpen = mengerti
begrip = pengertian, paham
begripsbepaling = batasan
begroeid (met bos) = berhutan
begroeid (met struiken) = bersemak
begroeten = memberi salam
begroting = anggaran belanja
begunstigen = menguntungkan (untung)
beha = beha
behaard = berambut
behagelijk = senang
behalen = memperoleh
behalve = kecuali, selain
behandeling = perawatan, perlakuan
behang = kertas dinding
beheer = pengurusan
beheerder = pengurus
beheersen(controle) = mengendalikan(kendali)
beheersen(macht) = menguasi(kuasa)
behendigheid = kecekatan
beheren = mengurus
behoefte = kebutuhan
behoeven = membutuhkan
behoorlijk = patut, pantas
behoren naar = seperti semestinya
behoren te = mestinya
behouden = mempertahankan
behouden(veilig) = selamat
beide = kedua-duanya
beitel = pahat
beitelen = memahat(pahat)
bejaard = tua
bek(mond) = mulut
bek(snavel) = paruh
bekend = terkenal, maklum
bekende = kenalan
bekende = teman
bekendmaken = pengumumkan
bekennen = mengaku
bekentenis = pengakuan
beker = piala, cangkir
bekeren = masuk agama
bekeuren = mendenda
bekeuring = denda
bekijken = menonton, melihati
bekken(lichaam) = panggul
bekken(muziek) = canang
beklaagde = tertuduh
beklag = pengaduan
bekleding = tarap
beklimmen = mendaki
beklimming = pendakian
beknopt = singkat
bekommeren(zich) = memperdulikan
bekoorlijk = jelita
bekoren = menggiurkan(giur)
bekostigen = membiayai
bekritiseren = mengritik(kritik)
bekrompen = picik, sempit pikiran
bekrompenheid = kepicikan
bekronen = menganugerahi
bekwaam = pandai, trampil
bekwaamheid = kemahiran(mahir)
bel = bel, genta, lonceng
belabberd = tidak enak
belachelijk = gila-gilaan
beladen = memuati
belang = kepentingan
belangrijk = penting
belasteren = memfitnah
belasting = bea, cukai, pajak
belastingkantoor = kantor pajak
beleefd = sopan, berbehasa
beleefdheid = budi bahasa
beleid = kebijaksanaan
belemmeren = mengambat
beleven = mengalamai
belichten = mencahayai
belichtingsmeter = meter pencahayaan
believen = suka
belijden = memeluk
belijden(godsdienst) = memeluk agama
bellen = membel
bellen(telefoneren) = pembicaraan telepon
belletje = giring-giring
beloning = imbalan
beloven = berjanji
bemesten = memupuki
beminnen = mencintai
bemoeien = turut campur
benaderen = mendekati
benadering(bij) = dengan kira-kira
benauwd = pengap, gerah, sesak
bende = gerombolan
beneden = di bawah
beniewd = ingin tahu
benijden = menghasut
benoemen = mengangkat
benoeming = pengangkatan
benutten = menggunakan
beoefenen = mengusahakan diri
beogen = menuju
beoordelen = mempertimbangkan
bepaald = tentu
bepalen = menetapkan
bepaling = peraturam
beperken = membatasi, keterbatasan
beplakken = menempeli
beplanten = menamani
bepraten = membujuk
beraad = pembicaraan dan pemikirian
beraden = berfikir serta timbangmenaksir
berechten = mengadili
bereid = bersedia
bereidheid = esediaan
bereiken = mencapai
berekenen = menghitung
berekening = runding, hitung
berg = gunung
bergachtig = berkunung-kunung
bergafwaarts = turun gunung
bergbeklimmen = mendaki gunung
bergbewoner = orang gunung
bergopwaards = mendaki gunung
bergplaats = gudang, kandang
bericht = kabar, berita
berichten = memberitakan
berispen = menegur
berm = tanggul jalan
beroemd = termasyhur
beroep = pekerjaan, fungsi
beroerd = kesal, susah, tidak enak
berouw = tobat
beroving = perampokan
berucht = nama busuk
berusten = tersimpan
beschaafd = budaya
beschaamd = malu
beschadigd = cedera
beschaving = budayan
bescheiden = sopan
beschermd = lindung
beschermen = melindungi
bescherming = naung
beschieten = menembaki
beschikbaar = sedia
beschimmeld = bulukan
beschouwen = menganggap
beschuldigen = tuduh, menukas, menggugat
beseffen = insyaf, menyadari
beslag = adonan
beslapen = meniduri
beslissen = memutusi
beslist = tentu
besluit = keputusan
besmettelijk = menular
besmetten = menjangkiti
besnijden = menyunat
besnijdenis = khitan
besparen = menghemat
besparing = penghematan
bespieden = mengintip
bespioneren = mengintai
bespotten = mengejek
bespreken = berembuk
bespringen = meloncati
best = paling baik
bestaan(uit) = terdiri(atas)
bestaan(van) = hidup dari
bestand = tahan
bestand(tegen hitte) = tahan panas
besteding = luar
bestek = sendok dan garpu
bestel(het) = tata susunan
bestel(omroep) = tata susunan siaran
besteld = dipesan
bestellen = memesan, pesanan
bestemming = tujuan
bestraling = penyinaran
bestuderen = mempelajari
besturen = menyeter
bestuur = pengurus
bestuurder = sopir
betalen = membayar, bayar
betamelijk = patut
betekenen = berarti
betekenis = makna
beter = lebih baik
betjakrijder = tukang becak
betovering = pesona
betreffende = tentang
betrokken = terlibat
betwisten = membantah
beurt = giliran
bevatten = muat, menampung
bevel = perintah
bevochtigen = mebasahi
bevoegdheid = kompeten
bevolking = penduduk
bevordering = pembinaan
bevredigen = memuaskan
bevroren = beku
bevuilen = mengotori
bewaker = penjaga
bewaking = penjagaan
bewaren = menyimpan, simpan
bewegen = bergerak
beweging = gerak
bewerken = mengusahakan
bewijs = bukti
bewijzen = membuktikan
bewolkt = berawan, mendung
bewonderen = mengagumi (kagum)
bewonen = menghuni
bewoner = penghuni
bewust = sadar, ingat
bewusteloos = pingsan, bius
bezem = sapu
bezet = terisi, ditempati
bezetten = menduduki
bezig = sedang
bezinksel = cerih
bezit = milik
bezitten = memiliki, mempunyai
bezoek = kunjungan
bezoeken = mengunjung
bezwaar = keberatan
bidden = doa
biefstuk = bistik
bier = bir
bij = di
bijdrage = sokongan
bijgerecht = lauk pauk
bijgerechten = lauk-pauk
bijl = kapak
bijna = hampir
bijstaan = menolong
bijten = menggigit
bijval = keplok
bijvoorbeeld = misal, umpamanya
bijzonder = istimewa
bil = pantat
binden = mengikat
binnen = dalam
binnengaan = memasuki
binnenkomen = masuk
bioscoop = bioskop
bitter = pahit
blaar = lepuh
blad = daun
bladzijde = lembar
blanke = orang putih
blauw = biru
blazen = meniup
bleek = pucat
blij = gembira, senang, girang, riang
blijken = ternyata
blijven = tinggal
blik = blek, kaleng
blikopener = pembuka-kaleng
bliksem = kilat
blind = buta
bloed = darah
bloedverwant = kerabat
bloedzuiger = lintah
bloeien = berkembang
bloem = kembang
blokkeren = halang
bloot = telanjang
bocht = belok(an)
boeg = haluan
boei = pelampung
boeien = membelenggu
boek = buku
boekhandel = toko buku
boer = petani
boete = denda
boksen = tinju
bol = kembung
bon = bon
boodschap = pesan
boog = elung
boom = pohon
boon = kacang
boor = jara
boos = geram, nafsi, marah
boot = kapal
bootje = kolek
bord = piring
borst = dada
borstel = gundar, sikat
borstelen = memberus
bos = hutan
bos = ikat
bot = tumpul
boter = mentega
botsen = menabrak
botsing = tabrakan
bouwen = membangun
boven = diatas
boven/op = di atas
bovendien = lagipula, apalagi
bovennatuurlijk = ampuh
bovenop = diatas
braadpan = bajan
braden = menggoreng
braken = muntah
brand = kebakaran
branding = pecahan-ombak
breed = lebar
breken = pecah
brief = surat
bril = kacamata
broek = celana
broer = saudara, abang
broer (jongere-) = adik laki-laki
broertje = adik
bromfiets = sepeda-kumbang
bron = mata air
brood = roti
brug = jembatan
bruin = coklat
brutaal = selamba
buigen = menunduk, bungkuk
buik = perut
buis = tabung, bis
buiten = (di) luar
buitenboordmotor = motor-tempel
buitenland = luar negeri
buitenlander = orang asing
buitenlands = asing
buks = cis
bult = bincul
bundel = gabung
bureau = biro, kantor
burgemeester = wali kota
burger = warga
bushalte = haltebis
 
 
C
cafe = kafe
cahier = buku tulis
camping = bumi perkemahan
capabel = cakap
caravan = kereta-tempel-tinggal
carte = kartu
cartoon = gambir komik
cassatie = kasasi
catastrofe = malapetaka
categorie = babat
cel = sel, kamar penjara
cement = semen
censuur = sensur
centimeter = sentimeter
centraal = di pusat
centrum = pusat
centuur = ikat pinggang
ceremonie = upacara
chaos = kekacauan
charmant = cantik, molek
charter = piagam
chauffeur = supir
checken = mencek
chef = kepale bagian, penghulu
chinees = singkeh, tionghoa
chirurg = dokter ahli bedah
chocolade = coklat
cijfer = angka
cijfer = nilai
cipier = sipir
circa = kira-kira, libih kurang
cirkulatie = peredaran
citaat = kutipan
citroen = limau
claxon = tuter
clown = badut, ogak
club = klab
coach = pelatih olahraga
cocos = kelapa
coitus = persetubuhan
colbert = jas
collecte = pungutan derma
collega = kawan sejawat
college = kuliah
college lopen, studeren = berkuliah
combinatie = kombinasi
commissie = panitia
competent = hak
compleet = lengkap
compliment = pujian
compromis = berdamai
concentratie = perpusatan
conducteur = kondektur
constateren = menemukan
continent = daratan
contributie = iuran
controle = pengawasan
corpulent = bayak
correctie = rektifikasi
corrigeren = meralat
cowboy = gembala
creatie = karya
crimineel = jahat
D
d.m.v. = pakai
d.w.z. = ialah
daad = perbuatan
daar = disana
daar (bij jou) = disitu
daar vandaan (van elders) = dari sana
daar vandaan (vanaf waar jij bent) = dari situ
daarentegen = sedangkan, sebaliknya
daarginds =di sana, situ
daarheen = ke sana
daarna = setelah itu, sesudah itu
daarna = lalu, kemudian
daarnaast = disamping
daarom = karena itu, maka
daarvoor = sebelum itu
dadel(s) = kurma
dadelijk = lantas, segera
dag = hari
dagblad = harian
dagboek = buku harian
dagelijks = sehari-hari, setiap hari, harian
dageraad = fajar
dak = atap
dakpan = genteng
dal = lembah
dalen = menurun
dam = bendungan
dan (als dat zo is dan) = maka
dan (bij vergelijking) = daripada
dan (bij vergelijking) = dari (pada)
dan (daarna) = kemudian
dank u wel = terima kasih
dank zij = berkat
dans = tarian
dansen (traditioneel) = menari
dansen (westers) = berdansa
darm = usus
das = dasi
dat = itu, bahwa
datum = tanggal
dauw = embun
de = itu
de (meerder personen) = para
de wil = kemauan (mau)
deelgebied = daerah
deelname = partisipasi
deelnemen = mangambil bagian, turut serta
deelnemer = peserta
definitief = sudah pasti (tentu)
deftig = mentereng
deinen = ombang
deken = selimut
deksel = tutupan
delen = membagi
delven = menambang
demokratie = demokrasi
demonstreren (b.v. op straat) = berdemonstrasi
demonstreren (b.v. op straat) = berpawai
demonstreren (laten zien) = mempertunjukkan
demonstreren (laten zien) = memamerkan, memperlihatkan
denkelijk = rasanya
denken = memikir
denken, vermoeden = kira
depot = dolog
des te = makin
deskundig = ahli
deuk = pesok
deur = pintu
deurkruk = bukaan-pintu
deze = ini
dialect = logat
diamant = intan
diarree = menceret
dicht = lebat, kedap
dichtbij = dekat
die = ini
dief = pencuri
dienen = menghamba
dienst = dinas
diep = dalam
dier = hewan, binatang
dij = paha
dijk = tanggul
dik = tebal, gemuk
dikke groentesoep = sayur lodeh
dikwijls = acap, seringkali
dinsdag = hari selasa
diploma = ijazah
dis = saji
districtshoofd = bupati, demang
dit = ini
diverse = (ber)macam-macam
dochter = puteri
dochter = anak-anak perempuan
doden = membunuh
doel = tujuan
doen = kerjakan
dof = kusam, suram
dokter = dokter
dom = bodoh
dominant = menonjol
domineren = menonjol
donder = guruh
donderdag = hari kamis
donderslag = petir
donker = gelap
dons = bulu
doodgaan = mati
doof = tuli
door = oleh
doorbreken = menerobos
doordat = akibat
doordringen = meresap
doorgaan = menjadi
doorgang = tembusan
dóórlopen = jalan terus
doorn = duri
doorweekt = kuyup
doos = kotak
dor = gersang
dorp = desa
dorpshoofd = lurah, ketua kampung
dorst = haus
dorstlesser = pelepas haus
douche = dus
doven = padam
dozijn =losin
draad = benang, tali
draagbaar = tandu
draagsjerp = slendang
draai = putar
draaien = berputar
draaiing = olak
dragen = memikul
drank = minuman
dreigen = mengancam
dreunen = menderu
drie = tiga
driehoek = segitiga
driftkop = pemberang
dringen = mendesak,
dringend = mesti
drinken = minum
droevig = sedih
droge tijd = musim kemarau
dromen = bermimpi
dronken = mabok
droog = kering, kemarau
droom = mimpi, impian
druk = ramai, hibuk
druk hebben = sibuk
drukken = menekan
drukte = cengcong
druppel = tetes, ketel
druppelen = berlinang
dubbel = dobel
duidelijk = nyata, jelas
duif = merpati
duiken = menyelam
duim = jempol
duister = kelam, gelap
duizelig = pening, pusing
duizend = seribu
duizenden = ribuan
duizendpoot = kelabang
dun = tipis
duren = berlangsung
durven = berani
dus = jadi
dusdanig = sekian
duur = mahal
duurzaam = permanen, awet
duwen = dorong, mendorong
dwaas = tolol
dweil = pel
dwergachtig = kerdil
dwerghert = kancil
dwingen = memaksa
E
echt = asli
echtgenoot = suami
echtgenote = bini, isteri
edel = mulya
edelmoedig = karim
eed = sumpah
eekhoorn = bajing
eelt = kapal
een = satu
een brief beantwoorden = balas surat
een of ander = suatu
eend = itik
eenstemmig = sepakat
eenvoudig = sederhana
eenzaam = lengang, sepi
eer = reputasi
eerbetoon = penghormatan
eerder = lebih dulu
eergevoel = kehormatan
eerlijk = jujur
eerst, aanvankelijk = mula-mula
eerste = sulung, pertama
eet smakelijk = selamat makan
eethuis = warung
eetkamer(huis) = kamar makan
eeuw = abad
effen = rata, polos
ei = telor
eigenaar = pemilik
eigendom = milik
eigenlijk = sebetulnya, sebenarnya
eigenschap = sifat
eigenwijs = didong
eiland = pulau, nusa
einde = akhir
eis = tuntutan
eisen = menuntut, menutut
elastiek = karet
elegant = asyik
element = anasir
elf = sebelas
elk = tiap-tiap
elk(e) = tiap
elkaar = saling
elke = setiap
elleboog = siku
ellende = sengsara
emmer = ember
emotie = dendam
en = dan
energie = tenaga
eng = sangar-sangar
enigszins = agak
enorm = hebat
envelop = sampul
enzovoort = dan seterusnya (dst.)
enzovoorts = sebagainya
er is = ada
er was eens = adalah
erbij = tambah
eren = menghormati
erf = halaman, pekarangan
erfenis = warisan
erfstuk = pusaka
erg = amat, sekali
erkennen = mengakui
ernaast = di sisi
ernstig = sangat, parah
erts = bijih
ervaring = pengalaman
etalage = etalase
eten = makan
even = sebentar
eventjes = sejenak, sebentar
eventueel = jika perlu
evenwicht = keseimbang
examen = ujian
excursie = darmawisata
expressie = ungkapan
extra = tambahan
ezel = eledai
F
fabriek = pabrik
fakkel = oncor, obor, suluh
familie = kulawangsa, keluarga
familie(leden) = sanak-saudara
fantasie = tabun
fase = tahap, babak
fataal = celaka
fatsoen = susila, kesopanan
fatsoenlijk = pantas
favoriet = dicintai
feestdag = hari raya, hari besar
fel = tajam
fiasco = kegagalan
fiets = sepeda
fietsenmaker = tukang sepeda
figuur = tokoh
fijn = halus
file = macet
filosofie = falsafah
filter = saringan
fit = kuat
flauw = hambar
fles = botol
flexibel = lunak
flink = kekar
fluisteren = markusip
fluit = suling
fluiten = bersiul
fluweel = bluderu
foei = cih
fonds = dana
formaat = ukuran
formatie = susunan
formulier = formulir
fors = gagah
fort = benteng
foto = foto
fotocopiŽren = menxerox
fotocopie = xerox
fotograferen = memotret
fout = salah
fraai = elok, permai
frame = rangka
frontaal = serangan
fruit = buah-buahan
fuik = belabar
functie = penjawat
functioneren = berfungsi
fysiek = jasmani
G
gaaf = mulus
gaan = pergi
gaar = matang
gal = empedu
gang = lorong
gangbaar = lazim
gans = angsa
gapen = menguap
garanderen = menanggung
garantie = jaminan
garen = benang
garnaal = udang
garnalenpasta = trassi
gast = tamu
gat = lubang, ceruk
gebak = kue
gebakken rijst (nassi) = nasi goreng
gebaren = gerak-gerik
gebaseerd op = berdasarkan
gebatikt worden = dibatik
gebeente = tulang
gebeurd = terjadi
gebeurtenis = peristiwa
geboren = dilahirkan (lahir)
gebouw = gedong
gebrek = cacat
gebroken = patah
gebruiken = gunakan, memakai
gebruikt = digunakan
gecompliceerd = simpang siurnya
gedaante = wujud
gedachte = pikiran
gedeeld = dibagi
gedeelte = penggal
gedenken = mengenang
gedicht = sajak, sair, nalam
gedoofd = padam
gedrag = olah
gedroogd (in de zon) = dijemur
gedrukt = dicetak (mencetak)
geduld = sabar
gedurende = selama
gedwongen = terpaksa
geel = kuning
geen = bukan
geest = ruh
geestdrift = semangat
geestelijk = rohan
geestig = petah
gegiste sojabonen = oncom
gegroefd = kerutut
gehaast = tergopoh
gehakt = cincang
geheel = antero
geheim = rahasia
geheugen = ingatan
gehucht = dukuh, dusun
gehuwd = kawin
geit = kambing
gek = gila
gekend = dikenal
gekocht worden = dibeli
gekookt = godok
gekruid = pedas, berbumbu
gekruld = keriting
gekwetst = sakit hati
gekwetst zijn = tersinggung
gelaat = wajah
geld = uang, duit
gelden = berlaku
geldig = berluka
geldigheidsduur = masa berlaku
geleden = yang lalu
gelegen = terletak
gelegenheid = peluang
gelieve = hendaklah
gelijk = bagal, sama
gelijk aan, hetzelfde als = sama dengan
gelijke = banding
gelijkstellen = menyamakan
geloof = percaya
geloven = mengira
geluid = bunyi
geluk = untung
gelukkig = sehat
gemakkelijk = mudah, gampang
gember = jahi, jahe
gemeente = haminte
gemeentehuis = balai kota
gemengd = dicampuri (campur)
gemiddeld = rata-rata
geneeskunde = ketabiban
genegen = sudi
genezen = mengobati, sembuh
genieten = menikmati
genoeg = cukup
gepast = layak
geprikkeld = tergugah
gerecht = hidangan
gereed = seja
gereedmaken = menyediakan
gereedschap = alat
gereserveerd = pesanan
geroddel = gunjing
gerookt = diasap
geroosterd = dipanggang
geruchten = desas-desus
gescheiden, verwijderd = berpisah
geschenk = hadiah
gescheurd = cabik
geschiedverhaal = hikayat
geschikt = cakap
geschiktheid = kecakapan
geschil = guam, cedera
geschoold = berpendidikan
gesloten = tutup
gespannen = regang
gesprek = percakapan
gesprek voor rekening beller = collect call
gestampte kleefrijst met klapa = ondos
gestoofd = disemur
getal = bilangan
getalenteerd = berbakat
getatoueerd = bercacah
getiteld = berjudul
getuige = saksi
geul = alur
geur = bau, harum
geuren = mewangi
gevaar = bahaya
gevaarlijk = berbahaya
gevangene = tahanan
gevangenis = penjara
geven = beri, memberi, kasih
gevestigd = mapan
gevoelig = peka
gevoelloos = lasa
gevolg = konsekwensi, iringan
gevonden = ketemu
gewassen = dicuci
geweer = senapan
gewicht = bobot
gewond = luka
gewoon = biasa
gewoonlijk = biasanya
gezag = kuasa
gezamenlijk = serentak
gezant = duta
gezegde = ujar
gezegend = berkat
gezond = sehat
gezond(heid) = kesehatan
gezouten vis = ikan asin
gezwel = bengkak
gif = persenan
gift = derma
gillen = memanggil
gisteren = kemarin
glad = licin
glans = marak
glas = gelas
glimlachen = tersenyum
god = dewa
goddank = syukurlah
godin = dewi
godsdienst = agama
goed = baik
goede reis (tegen reizigers) = selamat jalan
goedemorgen = selamat pagi
goedenavond/ goedenacht = selamat malam
goedendag = selamat siang
goedenmiddag = selamat sore
goedkoop = murah
golf = ombak
golven = gelombang
gooien = lempar, melemparkan
goot = saluran
gordijn = tabir, tirai
goud = emas
graad = derajat
graat = duri-ikan
gracht = parit
graf = kubur
grafbezoeken = ziarah(berziarah)
gramatica = tata bahasa
grapjes maken = bergurau
grappenmaker = badut
grappig = menggelikan
gras = alang-alang, rumput
gratis = cuma-cuma
graven = menggali
grens = batas
griep = flu
grijpen = menjabat, memegang
grijs = abu-abu, kelabu
grimmig = garang
groeien = tumbuh, menumbuh
groen = hijau
groente = sayur
groenteschotel = gado-gado
groep = regu, pasukan, golong
groet = salam
groetjes doen = kirim salam
grof = kasar
grondstof = bahan
groot = betung, besar
grootgebracht = dibesarkan
grootst = paling besar
grot = gowa
groter = lebih besar
gruis = abuk
gruwelijk = kengerian
H
haai = yu, hiu
haak = cantol , susuh , kaitan ,sangkut
haakjes = tanda kurung
haan = jago
haar = rambut
haas = kelinci
haast = gopoh
haastig = gegas, tergesah-(gesah)
haat = benci
hagedis = tokeh
hak = tumit
hakken = mengapak
hal = serambi
half = setengah
hals = leher
halsketting = kalung
halt = setop
halte = halte
hamer = palu, martil
hand = tangan
handdoek = lap-tangan
handel = dagang
handelaar = pedagang
handhaven = mempertahankan
handig = cekat, pacak
hangend = gantung
hardnekkig = nekad
hart = jantung
hartstocht = asmara
haven = pelabuhan
havenplaats = bandar
hebben = mempunya
heel = utuh
heer (batakse titel) = ompu
heerlijk = lezat
heersen = menular
heester = andong
heet = terik
heiden = kaffir
heil = selamat
heilig = sabil, suci
heimwee = rindu pulang
hek = pagar
hel = neraka
helaas = aduhai
held = pahlawan
helder = jernih, terang
hele = seluruh
helemaal = samasekali
helft = separo , setenga
hellend = miring
helpen = bantum, menolong , membantu
hem = dia
hemel = langit, sorga
hengel = pancing
herfst = musim gugur
herhaaldelijk = berulang, berkali-kali
herhalen = ulang, mengulangi
herhaling = ulangan
herinneren = ingat
herinnering = memori
herkennen = mengenal
hersens = otak
herstel = reparasi
herstellen = meralat
hert = rusa
het gegil = teriakan
hetzelfde = sama saja
heup = pinggang
heuvel = bukit
hiel = tumit
hier = di sini, disini
hierheen = kemari, ke sini
hij = dia, ia
hij, zij (voor geachte )personen = beliau
hijgen = melenguh
hinderen = menyakatkan
hindoepriester = dewa
historie = sejarah
hobo = obo
hoe = bagaimana
hoe dan ook = bagaimanapun
hoe gaat het ermee = apa kabar?
hoed = topi
hoek = sudut, pojok
hoekig = persegi
hoelang = berapa lama
hoer = pelacur
hoes = sarung
hoesten = berbatuk
hoeveel = berapa
hoeveel keer = berapa kali
hoever = berapa jauh
hoewel = meskipun, walapun
hollen = berlari
hond = anjing
honderd = seratus
honderden = ratusan
honger = lapar
honing = madu
hoofd = kepala
hoofdstad = ibu kota
hoofdstuk = fasal
hoog = tinggi
hooghartig = angkuh
hoogste = maha
hoorn = tanduk
hoorn v. telefoon = gagang telefoon
hopelijk = semoga, mudah-mudahan
hopen = mengharap
hopen, verzoeken = harap
horen = mendengar
horen, luisteren = dengar
horloge =arloji
hotel = hotel
houden aan = mentaati
houden van = suka
houding = sikap
hout = kayu
houtskool = arang
houwen = memarang
huid = kulit
huilen = menangis
huis = rumah
hulde = bakti
hulp = pertolongan, santunan
hun = mereka
huren = menyewa
hut = teratak, pondok
huur = sewa
huwelijk = nikah
huwen = nikah
I
ideaal = cita-cita
idee = gagasan, pandangan
idioot = bego
ieder = masing-masing
iedere = tiap-tiap
iemand = seorang
iets = sesuatu, apa apa
ijs = es
ijscream = es krim
ijzer = besi
ijzerdraad = kawat
ik = aku, beta, saya
ik neem afscheid van u meneer = permisi ya pak!
illegaal = gelap
illustratie = gambaran
immer = selamanya
immers = padahal
immigratie = imigrasi
impotent = banci
in = di
in de kast = di dalam lemari
in de omgeving van = di sekitar
in gepeins verzonken = termenung
incident = peristiwa
inclusief = termasuk
inderdaad = memang, sungguh
indien = jika, kalau, jikalau
indruk = kesan
industrie = kerajinan
ineens = sekaligus, tiba-tiba
inenting = suntikan
informatie = penerangan
ingang vinden = laku
ingesmeerd = oles
ingetogen = alim
inham = teluk
inhoud = isi
injectie = suntikan
inkomen = pendapatan
inkopen = belanja
inkopen doen = berbelanja
inkorten = menyingkat
inkt = tinta
inktvis = cumi cumi
inladen = memuat
inlander = bumi-putera
inlichting = penerangan, keterangan
inmiddels = itupun
innerlijk = batin
inpakken = membungkus
inschieten = menyarangkan
insekt = serangga
insmeren = mengoleskan
inspecteur = pengawas
instellen = membentuk
instinct = naluri
instoppen = masukkan
instorten = runtuh
instrument = perabot, sarana
intact = utuh
intelligent = cerdik
intelligentie = kecerdasan
interessant = menarik
interesse = perhatian
interuptie = penyelangan
interval = selang
interview = wawancara
intiem = akrab, mesra
invasie = penyerbuan
investeren = melekatkan
invloed = pengaruh
invoer = masuk
invullen = mengisi
inwoner = penduduk, penumpang
ivoor = gading
J
jaar = tahun
jaarlijks tempelfeest = odalan
jagen = berburu
jaloers = cemburu
jam = selai
jammer = sayang
ja = ya
jasmijn = melati
jegens = terhadap
jenever = arak
jeuk = gatal
jij = kamu, engkau
jo! = dong!
jong = muda
jongen = anak laki-laki, cowok
jongste = bungsu
jou = dirimu
journalist = wartawan
jouw = mu (-mu)
juist = justru, betul, tepat
juk = kuk
jullie = kalian, kamu
jurk = gaun
justitie = pengadilan
juweel = permata
K
kaak = rahang
kaal = botak, gundul
kaap = tanjung
kaars = lilin
kaart = peta
kaartje = karcis
kaas = keju
kachel = perapian
kadaver = bangkai
kade = pangkalan
kado = hadiah
kaften = menguliti
kakkerlak = kepuyuk
kalender = penanggalan
kalk = kapur
kalm = tenang
kam = sisir
kamer = kamar
kameraad = kawan
kammen = menyisir
kampioen = juara
kanaal = terusan
kandidaat = calon, bakal
kano = kolek
kans = keesempatan, sempat
kans = pengharapan
kant = pihak, pinggir
kantoor = kantor
kapen = membajak
kapitaal = modal
kapmes = parang
kapot = rusak
kapper = tukang pangkas
karaf = balang
karakter = pekerti, ahlak
karakter hebben = bersifat
kassa = kasa
kassier = kasir
kast = lemari
kat = kucing
kazerne = tangsi
keel = tenggorokan
keer = kali
keerzijde = balik
kegel = kerucut
kenmerk = ciri
kennis = kawan
kennismaken = berbenalan
kennismaking = perkenalan
kenteken = ciri
kerk = geraja
kerker = penjara
kerkhof = pekuburan
kerstdag = hari natal
kerstmis = natal
ketel = ceret
ketting = rantai
keuken = dapur
keurig = sopan
keus = pilihan
keuze = pemilihan
kiespijn = sakit gigi
kiezen = memilih
kikker = katak
kil = dingin
kin = janggut, dagu
kind = anak
kip = ayam
kist = peti
klaar = siap
klacht = keluh(an)
klant = nasabah
klap = tampar, pukulan
klasse = golong
klateren = menderai
klauw = cakar
kleding = pakaian, busana
kledingstuk = baju
kleefrijst = ketan
klef = medok
klein = kecil
kleinkind = cucu
klerk = kerani
kletsen = omong-omong, (meng)obrol
kletskous = cerewet
kleur = warna
kleuter = kanak
klimaat = iklim, cuaca, hawa
klok = lonceng
klok = cuk
klooster = biara
kloppen = mengetuk, menggedor
klotsen = mendebur
kluizenaar = biku
knap = pintar
knap (pienter) = pinter (pintar)
knecht = kenek, budak
knel = terjepit
knie = dengkul, lutut
knijpen = mencubit
knijper = jepitan
knik = angguk
knikken = mengangguk
knol = ubi
knoop = buhul, simb(p)ul, kancing
knop = tombol
koel = sejut(k)
koepel = kubah
koffer = kopor
koffie = kopi
kogel = pengluru
kok = pemasak, tobang
koken = masak, memasak, mendidih, rebus
koket = genit
koloniaal = penjajahan
kom! = mari!
komen = datang
kongres = muktamar
konijn = terwelu
koning = raja
koningin = ratu
konklusie = kesimpulan
kontakt = hubungan
kontroleren = mengontrol
kooi = kurung
koorts = demam
kopen = beli, membeli
koper = pembeli, tembaga
kopie = salinan
kopje = mangkuk
koppel = kembaran
koppig = besar-kepala
koppig = dablek, nekat, tekak
korps = angkatan
korrel = butir, bujur
kort = pendek, ringkas
kort voor = menjelang
kosten = beaya
kosten = ongkos
kou vatten = masuk angin
koud = dinging
kous = kaos
kraam = kedeh, kedai
kraan = keran
kracht = daya
kralen = manik
krampachtig = kejang
krant = surat kabar, koran
kreet = teriak
krekel = cengkerik, belalang
kreupel = pincang
krijgen = mendapat
krijsen = menjerit
krijt = kapur tulis
krimpen = usut
krokodil = buaya
krom = bengkok
kruiden = bumbu
kruis = salip
kruising = persimpangan
kuil = lubuk, lobang
kunde = ilmu
kundig = bijak
kunnen = bisa/dapat, mendapat
kunst = seni
kurk = sumbat, gabus
kurketrekker = kotrek
kus = ciuman
kussen = bantal
kust = pantai
kut = cuki
kwart = seperempat
kwasi = sok
kwelling = azab
kwestie = soal, perkara, masalah
kwiek = gesit
kwispelen = mengibas
kwitantie = kuintansi
L
laag = rendah
laat = larut, lambat
laat in de nacht = larut malam
laatste = terakhir (akhir)
lachen = tertawa
lade = laci
lading = bara
laf = penakut, cabar
lam = capik
lamp = lampu
land = negeri
landen = mendarat
landing = pendaratan
landkaart = peta
landtong = ancol
lang = jankung, panjang
langs = lewat, (di)sepanjang
langskomen = mampir
langzaam = ogok, pelahan
lap = kain
last = beban
laster = fitnah
lastig = usil
lastigvallen = mengganggu
laten horen = memperdengarkan
later = jemah, kelak
lauw = hangat
lawaai = ribut, bising
leed = derita
leeftijd = usia, umur
leeg = kosong
leek = awam
leerling = siswa, murid
lees! = baca!
leger = tentara, laskar
leggen = menaruh
leiden = memimpin
leider = pimpinan
lek = bocor
lekker = enak
lelijk = jelek
lenen = meminjam
lens = lensa
lente = musim seni
lepel = sendok
leraar = guru
les = pelajaran(g)
letten op = memperhatikan
letter = huruf
leugen = bohong
leuk = lucu
leunen = bersandar, bertelekan
leven = hidup
levenslot = kismet
lever = hati
leveren = menghasilkan, memasok
lezen = membaca
lezing = ceramah
lichaam = badan, tubuh
licht = ringan
lichtelijk = rada
lid = anggota
lied = lagu
liefdadigheid = amal
liefde = asmara, cinta
liefhebben = mencintai
liefhebberij = hobby
liegen = berdusta
liften = membonceng
liggen = (ber)baring
ligging = letak
lijf = awak
lijk = bangkai
lijst = daftar
likken = menjilat
links = kiri
links af = belok kiri
linkshandig = kidal
lip = bibir
literair = susastera
litteken = birat
logeren = menginap
lokaal = lokal
longen = paru-paru
loon = upah
lopen = berjalan
los = lepas
losrukken = sentak
lostrekken = merabut
lot = takdir, nasib
lounge = serambi
louter = belaka
lucht = hawa
lucht, klimaat = udara
luchthaven = bandar udara
luchtje scheppen = menghirup udara
lucifer = korek api
lui = malas
luid = nyaring
luis = kutu
luisteren = mendengarkan, menurut
lukken = berhasil
luxe = mewah
M
maag = perut
maaien = membabat
maak af! = selesaikan!
maan = bulan
maandag = hari senin
maar = (te)tapi
maat = emat
maatregel = peraturan
macht = kekuatan
machtig = mampu
mager = kurus, krempeng
mais = jagung
maken = (mem)buat
mand = keranjang
mango = mangga
manier = cara, laksana
mank = pincang
mannelijk = laki-laki
mannetje (alleen voor dieren) = jantan
marihuana = ganja
marionet = boneka
markt = pekan, pasar
marskramer = kelongton
masker = topeng
massage = urut
masseren = mengurut, memijit
mast = tiang
mastrubatie = onani
mat = tikar
materie = bahan
matras = kasur
medicijn = obat
medicijnman = datu
meebrengen = bawa, mengantar
meedoen = ikut
meegaan = menurut
meegenomen (niet met opzet) = terbawa
meel = tepung
meenemen = membawa
meer = lebih, danau
meerijden = menumpang
meervoud = jamak
meest = paling
meestal = sering
meeuw = camar
meisje = anak perempuan, gadis
melden = melapor(kan)
melk = susu
melodieus = merdu
menen = menyangkan
mengen = mengaduk
mening = sangka pendapat
mens = manusia
mens, persoon = orang
menukaart = daftar makanan
merken = menandai
merkwaardig = pelik
mes = pisau
met = dengan
met de bus gaan = naik bus
met de fiets gaan = bersepeda
met opzet = sengaja
met vakantie gaan = berlibur
met z'n tweeŽn = berdua
metaal = logam
meteen = langsung, ojok, segara
meten = mengukur
middag = siang
middelbaar = menengah
middels = karena
midden = tengah
mier = semut
mijmeren = melamun
mijn = saya, ku(-ku)
mijzelf = diriku
mild = cukupan
milieu = lingkungan
milioen = semiliun
minder = kurang
minnaar = kendak
minnares = nyai
minuut = menit
mislukt = gagal
misschien = barangkali
misselijk = mual
missen iets achterlaten = ketinggalan
mist = kabut
mits = asal
modder = lumpur
modderpoel = kubang
moe = capek, capai, lesu
moeder = bu
moeder, mevrouw U = ibu
moeilijk = berabe, dulit, sukar
moeite = susah
moeras = rawa, paya
moeten = harus
mogelijk = mungkin
mogelijkmaken = memampukan
mogen = boleh
molen = kisaran, kincir
mond = mulut
mondeling = lisan
monding = muara
monnik = biarawan
monteur = montir
mooi = bagus
mooi (voor landschap) = indah
moordenaar = pembunuh
mop = kelakar
mopperen = sungut, omel
mores leren = mengapokkan
morgen = besok
motregen = gerimis
muis = tikus
munt = uang-logam
museum = museum
muur = dinding, tembok
muurhagedis = cicak
mysterieus = gaib
mystieke kracht = keramat
N
na = habis
naaien = menjahit
naakt = telanjang
naald = jarum
naam = nama
naar = ke
naar achteren = ke belakang
naar boven = ke atas
naar men zegt = konon
naar voren = ke depan
naast = di sebelah
nacht = malam
nadat = setela(h), sesudah
nadeel = rugi
nadenken = berpikir
nagel = kuku
nalatig = lalai
namaak = imitasi, tiruan
namelijk = yaitu, yakni
namens = atas nama
nat = basah
nat door regen = kehujanan
nationaal = nasional
natuur = alam
natuurlijk = tentu
nauw = sempit, pusar, picik
nederlaag = kekalahan
nederlander = orang belanda
nederlands = bahasa belanda
nee = tiada
neef = kemanakan
neef/nicht (kinderen van je broer) = keponakan
neef/nicht (kinderen van ooms = saudara sepupu
neem me niet kwalijk, pardon = maaf
neerleggen = meletakkan, taruh
neerslag = endapan
neersmijten = menghempas
neerzetten = menaruh
negen = sembilan
neiging = kecenderungan
nemen = mengambil
nerveus = gugup
nest = sarang
net = jaring, baru
neus = hidung
neushoorn = badak
nier = ginjal
niet = tidak
niet, nee = nggak
niet doen! = jangan!
niets = tidak apa apa
niets, niemand, geen = tidak ada
niettemin = namun
nietwaar = bukan
nieuw = baru
nieuwlichterij = bidat
niezen = bersin
nijptang = catut
niveau = taraf
noemen = menyebut nodig = usah, butuh, perlu
nodig hebben = merlukan, membutuhkan
noemen = bernama
nog = masih
nog niet = belum
nogal = lumayan, agak
nonchalant = alpa
nooit = tidak pernah
noord = utara
noord-oost = imur laut
noord-west = barat laut
noordpool = kutub syamali (utara)
nootmuskaat = pala
noteren = (men)catat
nu = sekarang
nul = nol
nummer = nomor
nut = guna
nuttig = berguna
O
object = objek
obsceen = carut
obsessie = obsesi
oefenen = berlatih, latihan
oertijd = purba
of = atau
of, als inleiding van vraagzin = apa(kah)
offerande = oblasi
officieel = resmi
ofschoon = maupun, sungguhpun
ogenblik = sebentar, ketika
oker = oker
oksel = kelek
olie = oli, minyak
olifant = gajah
om = untuk
oma = oma, nenek
omarmen = memeluk
omdat = karena
omdraaien = memutar
omelet = telur dadar
omgaan = bergaul
omgeving = sekeliling
omheinen = memagari
omkijken = menoleh
omkopen = suap, menyogok
omstandigheid = hal
omtrek = lingkung
omtrent = tentang
omwikkelen = membalut
onbeholpen = canggung
onbeschoft = tambung
onder = di bawah
onder andere = antara lain
onderbreking = interupsi, penyelangan
onderdeel = onderdil
onderhouden = terawat
ondernemer = usahawan
onderneming = onderneming, usaha
onderrok = onderok
onderscheiden = membedakan
onderstreept = bergaris bawah
ondertekenen = menandatangani
onderwijs = ajar
onderwijzen = mengajar, mempelajarkan
onderzoek = selidik , pengusutan, pembahasan
onderzoeken = meneliti , periksa
ondiep = dangkal
ongehuwd = bujangan
ongeluk = kcelakan(an)
ongelukkig = malang
ongerust = tesah , resah
ongetwijfeld = niscaya
ongeveer = kira-kira , sekitar
onheil = bencana
onlangs = baru-baru
onmogelijk = mana boleh
onnozel = dogol
onpartijdig = objektif
onrein = haram
onrust = rusuh
ons = kami
ons (100 gram) = ons
ontbijt = sarapan
ontdaan = bingung
ontdekken = menemukan
onthutst = kaget
ontlasting = berak
ontluiken = bersemi
ontmaagding = awadra
ontmoeten = bertemu , berjumpa
ontmoeting = pertemuan
ontoereikend = kepalang
ontploffen = meledak
ontroerd = pilu
ontslaan = memecat
ontslag = onslah
ontsnappen = minggat
ontstaan = timbul
ontsteking = radang
ontvangen = terima , menerima
ontvlammen = obar
ontvoeren = menculik
ontvouwen = mengembangkan
ontwerp = rancangan
ontwikkelen = bertumbuh
onverschillig = teledor
onwaar = dusta
onzedelijk = mesum, cabul
onzin = ngawur, omong kosong
oog = mata
oogmerk = intensi
oogst = panen, hasil
oogsten = menuai
oogwenk = kejap
ooit = pernah
ook = juga, pun
oom = paman, om
oor = telinga, kuping
oorbel = giwang
oorlog = perang
oorlog voeren = berperang
oorspronkelijk = asli
oorzaak = sebabnya
oost = timur
op = pada
op bezoek gaan = berkunjung
op slot doen = mengunci
op z'n nederlands = cara belanda
op zijn kop omgekeerd = terbalik
op/boven de kast = di atas lemari
opa = kakek
opbouw = pembangunan
opdagen = muncul
opdat = supaya, biar
opdienen = hidang
opdracht = pesan
opdragen = menyuruh, suruh
open = buka
openbaar = umum
openbreken = mengupak
openen = membuka
opgelet = awas
opgesloten = terkurung (kurung)
opgietkoffie = kopi tubruk
ophalen = menjemput
ophangen = menggantungkan
ophopen (zich) = menumpuk
opkloppen = kocok
opleiden = pendidikan, mendidik
oplichter = penipu
oplichting = penipuan
oplossen = melebur
opmaken = berhias
opmerking = tanggapan
opnieuw = sekali lagi, pula
oponthoud = hambatan
oprichten = mendirikan
oproep tot gebed = azan
opschudding = kegemparan
opschudding = onar
opspringen = jingkat
opstaan = (mem)bangun
opstand = berontak
opstandig = durhaka
opstapelen, ordenen = menyusun (susun)
optillen = (meng)angkat
optocht = pawai
optreden = berlaku
opvallen = menarik
opvatting = pendapat
opvoeden = mendidik
opvoeren = mempertunjukkan
opzicht = segi
opzichter = mandur
opzuigen = menghirup
opzwepen = memecut
oranje = jingga
orchidee = anggrek
orde = ketertiban, beres
ordening = tata
organiseren = mengadakan, menyusun
orkaan = prahara
os = sapi
oud = lama
oud = tua
oudere broer of zuster = kakak
ouders = orang tua
ouderwets = kuno
ovaal = lonjong
overal = di mana-mana
overdag = di waktu siang
overdracht = diserahkan
overdreven = kelewatan
overeenkomen = perpakat
overeenkomst = persetujuan
overeenstemmend = sesuai
overgaan = memindah
overheen = melalui
overheersen = menjajah
overhemd = kemeja
overkant = seberang
overleg = perundingan
overleggen = membicarakan
overlopen = luap
overmorgen = lusa
overnachten = nginap (menginap)
overname = pengoperan
overnemen = mengoper
overstromen = meluap
overstroming = banjir
overtuigd = yakin
overtuigen = meyakinkan
overvloedig = jerah
overweldigen = keruyuk
overwonnen = kalah
P
paal = pal
paar = pasang
paard = kuda
paars = ungu
pad = rintisan
paddestoel = jamur
padvinder = pandu, pramuku
pagina = halaman
pakken = ambil, merangkap
pakket = bungkusan
paleis = istana
pan = kuali
paniek = kegugupan
panorama = pemandangan
panter = macan
pantoffel = selop
pap = bubur
papier = kertas
paraat = waspada
paraplu = payung
parasiet = benalu
pardon = ma'af
parel = mutu
park = taman
partner = sekutu
pas op! = awas!
pasen = paskah
paspoort = paspor
paspoortnummer = nomor paspor
passagier = penumpang
passend = cocok
passeren = melalui
passief = pasif
patroon = pola
pauze = istirahat
paviljoen = balai
pech = rintangan, sial
peinzen = merenung
pellen = oncek
pen = pena
peper = merica, lada
per = naik
periode = masa, kala
permanent = kekal
perron = jalur
persen = memeras
persoon = oknum
pessimist = pencemas
pijl = panah
pijnigen = mempersakiti
pijp = pipa
pil = pel
piloot = penerbang
pinda = kacang
pink = jari kelingking
plaats = tempat
plaatsen = membubuh, menempatkan
plafond = plafon, langit-langit
plagen = mengganggy
plagerij = canda
plak = lempeng
plakken = bertempel
plan = proyek, rencana
plank = papan
plant = tanaman
planten = tanam
plat = kempis
platzak = cepo
plegen = melakukan, berbuat
plein = lapangang, alun-alun
pletten = menggilas
plezier = sedap, kesenangan
plicht = tugasnya
plotseling = tiba-tiba
plukken = memetik
plunderen = rampok
plundering = perampokan
pochen = membual
podium = panggung, mimbar
poeder = bedak, bubuk
poetsen = menggosok
poezie = puisi
poffertjes = apam
pokdalig = capuk
pols = nadi
pomp = pompa
pont = tambangan
pool = kutub
poosje = sejurus
poot = kaki (v. dieren)
pop = anakan
popmuziek = dangdut
portemonnee = dompet
portret = potret
postkantoor = kantor pos
postzegel = perangko
potje m touwtje = canting
prachtig = mulia
prauw = perahu
precair = gawat
precies = persis, tepat
president = presiden
prestige = gengsi, tuah
prijs = payu, harga
principe = dasar
prins = pangeran
prive = swasta
proberen = (men)coba
probleem = soal, persoalan, masalah
product = buatan, hasil
proeven = mencicipi
profeet = nabi
programma = acara
pronken = mengagulkan
protest = sanggahan
proviand = bekal
prullenbak = tempat-sampah
psychologie = ilmu jiwa
publiceren = menerbitkan
puist = bisul
punt = titik
puntig = lancip
put = perigi, sumur
puur = totok
R
raad = dewan
raadsel = teka teki
raam = jendela
race = pacuan
raden = menerka
raken = mengenai
ramadanfeest = idulfitri
ramp = bencana
rand = tepi
rang = pangkat
rantsoen = catu
raspen = memarut
rauw = mentah
reageren = membalas, menanggapi
realiseren = melaksanakan
recht = lurus
rechtdoor = terus, dudu
rechter = hakim
rechtop = tegak
rechts = kanan
rechtuit = mujur
rechtvaardig = adil
rechtzaak = acar
reclame = iklan
redden = menyelamatkan
redevoering = pidato
reeds = telah
reeks = renteng
regelen = menurus
regelmatig = teratur
regen = hujan
regenboog = pelangi, kuwung
regeren = memerintah
regering = pemerintah
registreren = mendaftar
reiger = bangau
rein = suci
reis = perjalanan
reizen = bepergian
rekenen = menghitung
rekeningnummer = nomor rekening
rel = keributan
relatie = relasi
religie = keyakinan
reling = terali
rennen = (ber)lari
rente = bunga
reservaat = suaka
reserve = reserve, serapan
respect = respek, hormat
respectievelijk = masing-masing
rest = sisa
resultaat = akibat
retour = pulang pergi (pp)
reukstof = odoran
reus = gergasi
reus = raksasa
rib = tulang-rusuk
richten = mengarahkan
richting = arah, jurusan
ridderlijk = satria
riem = rim, sabuk
rij = antri, baris
rijbewijs = sim (sim)
rijden = berkendara, mengendarai
rijk = kaya
rijp = matang
rijst = padi
rijst (gekookte) = nasi
rijstkoek = wajit
rijstterras = petak-sawah
rijstveld = sawah
rijstwijn = brem
rijtuig = andong
rimpel = keriput
ring = cincin
ristbier = tuwak
ritme = irama
rivier = sungai
riviermonding = kuala
roeien = berdayung
roem = jaya, megah
roepen = panggil, berseru
roepiah (ind. munteenheid) = rupiah
roer = kemudi
rok, jurk = rok
rol = gulungan, peran
rolkussen = guling
rond = bundar
rondkijken = melihat-lihat
rondom = keliling
rondtrekken = berkeliling
rood = merah
rook = asap
roos = bunga mawar
roosteren = bakar, memanggang
rose = merah muda
rot = busuk
rotonde = bundaran
routine = rutin
roven = merampas
rug = punggung
ruim = lega, luas
ruizen = mendesir, mendesah
rul = gembur
rups = olong, ulat
rusten = beristirahat
rustig = tenang
ruzie = bantah, cekcok
ruziemaken = mempertengkarkan
S
s.v.p. = tolong
saai = mejemukan
salaris = gaji
sambal = sambal
samen = sama-sama, bersama
samen, gezamenlijk = bersama-(sama)
samendrukken = memampatkan
samenleving = masyarakat
samenvatting = ikhtisar
samenvoeging = penggabungan
sate = sate
saus = kuah
schaap = domba
schaar = gunting
schade = kerugian
schaduw = bayang
schaduw = bayangan
schakelaar = sakelar
schande = nista
schateren = terbahak-bahak
schaven = menarah
scheef = miring
scheel = juling
scheermesje = pisau-cukur
scheet = kentut
scheiden = bercerai
scheiding = sibak
scheidsrechter = wasit
schelp = kerang
schemering = magrip
schenken = menuangkan
schep = ciduk
scheppen = mengadakan
scheppen, maken tot = menjadikan
schepsel = mak(h)luk
scheren = mencukur
scherp = pedas, tajam
scherpzinnig = cendekia
schieten = menembak
schijf = cakram
schijn = semu
schijnen = bersinar
schild = perisai
schilder = pelukis
schilderen = melukis
schilderij = lukisan
schildpad = kura kura
schoen = sepatu
schoffel = cangkul, pacol
schoffelen = mencangkul
schommelen = olang, beroleng
school = sekolah
schoolbord = papan tulis
schoon = bersih
schoondochter = menantu
schoonzoon = menantu
schoorsteen = cerobong
schoot = pangku
schop = tendang
schoppen = menggasak, menendang
schorpioen = kalajenkin
schort = cawat
schotel = pinggan
schouder = pundak, bahu
schram = calar
schrappen = menyisiki
schreeuw = sorak, pekik
schreeuwen = seru, berteriak
schrift = kitab-tulis, buku tulis
schrijnend = pedih
schrijven = menulis, tulis
schrijver = penulis
schrikken = terkejut
schroevendraaier = obeng
schudden = goncang
schuif = sorong
schuin = serong
schuiven = menggeserkan
schuld = (h)utang
schurk = bergajul, bangsat
schuur = gudang
seconde = detik
sedert = sejak
sein = isyarat
seizoen = musim
sekuur = cermat
sensatie = sensasi
serie = rentetan
serieus = muskil
servet = serbet
servies = pelayanan
shampoo = keramas
sidderen = gemetar
sigaar = serutu, lisong
sigaret = rokok
signaal = signal, isyarat
signaleren = mensinyalir
sikkel = sabit, celurit
simpel = bersahaja
sinasappelsap = air jeruk
sinds = sedari, semenjak
situatie = suasana
slaaf = patik
slaan = memukul, menepuk
slaap = mengantuk
slaapbank = bale-bale
slaapkamer = kamar tidur
slaapliedje = nina bobok
slachten = menggorok
slachtoffer = korban
slagader = pembuluh nadi
slagen = lulus
slak = kejong
slang = ular
slank = langsung
slap = lemas
slapen = tidur
slecht = payah, buruk
slechts = cuma, saja, hanya, sekedar
sleutel = kunci
slikken = menelan
slim = cerdik
slok = teguk
sloot = selokan
slopen = bongkar
slordig = ceroboh
slot = gembok
sluier = kelubung
sluiten = menutup
sluw = lihai
smaak = selera, rasa
smal = sempit
smart = duka
smeer = semir
smeken = mohon
smelten = mencair
smerig = ladah
smet = cela
snavel = paruh
snee = potong
sneeuw = salju
snel = cepat, pesat, deras
snelheid = kecepalan
sneuvelen = gugur
snijden = memotong
snijden (in stukken) = mengiris
snikken = bersedu
snoep = jajan
snoepkar = kaki-lima
snor = kumis
snurken = orok
soep = sop
soepel = luwes
sofa = sofa
soldaat = serdadu, prajurid
solliciteren = melamar
somber = morong
sommige = beberapa
soms = kadang-kadang
soort = jenis, bagai
souveniers = oleh-oleh
spaak = jari-jari
spaarclub = arisan
spaarpot = celengan
sparen = menabung
spat = percik
specerij = bumbu
speciaal = istimewa
speciaal = khusus
speen = dot
speer = tombak
speld = peniti
spelen = (ber)main
spellen = mengeja
spelling = ejaan
sperma = mani
spiegel = cermin
spier = otot
spierinkje = teri
spies = sula
spijbelen = membolos
spijker = paku
spijt = sesal
spil = poros
spin = labah-labah
spion = mata-mata
spiraal = pilin
spleet = retak
splinter = serpih
splitsen = membelah
splitsing = persimpangan
spoed = genting
spoeden = kejar
spoedig = segara
spons = spon
sport = olahraga
spotten = mencemooh, mengejek
spreken = berbicara, bicara
spreken = ngomong (omong)
springen = melompat
springen = loncat, menerjun
sprinkhaan = cenkadu, belalang
sprong = lonjak
spugen = berludah, meludah
staan = berdidi
staart = buntut
staat = negara
stabiel = konstan, setimbang
stad = kota
stagiaire = magang
staken = mogok
stal = kandang
stampvoeten = merentak
standvastig = mantap
stank = baoe
stap = langkah
stapel = susun, onggok
stappen = melangkah
station = setasiun
steeds = semakin
steek = tikam
steekpenningen = sogokan
steel handvat = gagang
steen = batu
steenkool = batu-bara
steiger = pangkalan
steigeren = melonjak
steil = tunggang
steil = tanjak
stekel = patil
steken = menikam
stelen = mencuri
stellig = pasti
stelsel = aturan
stem = suara
stemmen = membuat
stempel = setempel
stengel = tangkai
ster = bintang
steriel = mandul
sterk = kuat
sterven = meninggal
steun = sumbangan
steun, hulp = bantuan
stevig = kukuh, padat
stewardess = peramugari
stichting = pembentukan, yayasan
stier = banteng
stijf = kaku, keras
stijl = gaya
stil = diam, sepi
stilte = kesepian
stipt = rapi, teliti, taat
stoel = kursi
stoelleuning = sandaran kursi
stof = debu
stof (scheikunde) = zat
stoffer = pengebut
stok = batang, tongkat
stom = bisu, termutu
stommeling = goblok
stoom = kukus
stoornis = gangguan
stoppen = berhenti
storen = ganggu(k)
storing = gangguan
storm = ribut
storten = menyetor
stout = nakal
straal = cahaya, sorot
straat = jalan
straf = hukuman, siksa
strak = tegang, ketang
straks = nanti
stralen = seri
strand = pantai
streek = kawasan
streep = garis
stremming = stagnasi
streng = keras
stress = tekanan
streven = berusaha
strijd = pertempuran
strijd = juang
strijken = menyeterika
stromen = mengalir
strooien = menaburkan
strook = jalur
stroom = setrum
stropdas = dasi
structuur = tatanan
struikelen = sandung, tersandung
student = siswa
studeren = belajar
studiebeurs = beasiswa
stuk = ekor
sturen = kirim
stuurman = jurumudi
sufferd = dungu
suiker = gula
sukkelen = mengidap
supervisor = pembimbing
sussen = olek
sv drank = cendol
symboliseren = melambangkan
symbool = lambang
sympathie = sarju
symptoom = gejala
systeem = susunan
T
taai = pekat, awet
taak = tugas
taal = bahasa, omong
taalboek = buku bahasa
tabak = tembakau
tafel = meja
tak = dahan, cabang
talisman = jimat
tand = gigi
tandarts = dokter gigi
tandeloos = ompong
tandpasta = odol
tante = bibi(k)/tante
tapijt = permadani
taxeren = menaksir
te = terlalu
te laat = telat, terlambat
te voet = jalan kaki
te zien = kelihatan (terlihat)
teen = jari kaki
tegelijk = serempak
tegen = pada
tegendeel = balik
tegenhouden = menahan, mengadang
tegenstaan = menjemukan
tegenstander = penentang
tegenzin = embung, segan
teken = tanda
tekenen = menggambar
tekening = gambar
telefoon, telefoneren = telepon
teleurgesteld = kecewa
teleurstellen = mengecewakan
telkens = selalu
tellen = membilang
temperatuur = suhu
ten behoeve = untuk
teneinde = supaya, agar
tenslotte = akhirnya
tent = kemah, tenda
tentoonstelling = pameran
tenzij = kecuali
terstond = serta-merta
terug = kembali
teruggaan = pulang
terugtrekken = mengundur
terwijl = sambil, sembari
test = percobaan
teugel = cais
tevens = seraya
tevergeefs = sia-sia, cuma-cuma
tevreden = puas
teweegbrengen = menyebabkan
thans = kini
thee = teh
theepot = teko
thuis = dirumah
tien = sepuluh
tientallen = puluhan
tijd = pukul, waktu
tijdens = selama
tijdperk = zaman, jaman
tijdschrift = majalah
tijdstip = saat
tijger = harimau
tijger = macan
tin = timah
titel = judul
toch = kan, kok
toegang = masuk
toegeven = mengalah
toelaten = membiarkan
toen = tatkala, ketika
toepassen = menerapkan
toepassing = pasang
toerist = wisatawan
toeristengids = pemandu wisata
toespijs = lauk pauk
toespreken = menegur
toestaan = biar
toestand = keadaan
toestel = pesawat
toestemming = permisi, izin
toetsen = menguji
toevallig = kebetulan
toevoegsel = imbuhan
toilet = kamar kecil
tomaat = rangam
toneel = sandiwara
tonen = memperlihatkan
tong = lidah
tooi = pemantas
toon = nada
top = puncak
tor = kumbang
toren = menara
tot = sampai
tot leven brengen, aanzetten = hidupkan
tot ziens = sampai jumpa lagi
tot ziens(tegen achterblijver) = selamat tinggal
totaan, totdat = hingga
tourist = pelancong
touw = tali
toverij = teluh
tovermiddel = obat guna
traan = air mata
tracteren = menjamu
traditie = adat
tralie = kisi
transmigrant = pemboyong
transport = pengangkutan
transportwagen = van, kendaraan van
trant = peri
trap = tangga
travestiet = banci
trechter = corong
treffen = kena
trein = kereta api
trekken = tarik, menarik
trillen = getar, menggigil
triomf = kibarkanlah
troebel = keruh
troep = tumbuk, barisan
trommel = gendang
troon = aras
tropisch = tropis
tros = tandan, ombyok
trots = bangga
trouw = bakti
trouw = setia
trouwen = menikah (nikah)
tuin = kebun
tuit = curat
tunnel = trowongan
tussen = antara
twee = dua
tweede = kedua
typisch = khas
U
u = anda
ui = bawang
uil = hantu
uitbuiten = memeras
uiteen = urai
uiteinde = ujung
uiterlijk = lahir
uitermate = sangat
uitgang = keluar
uitgaven = beaya
uitgelijden = tergelincir
uitgeput = penat, jerih
uitgesteld = dituna
uithouden = betah, menahan
uitleg = tafsiran, keterangan
uitleggen = (men)jelaskan
uitnodigen = ajak, mengundang
uitnodiging = invitasi, undangan
uitrusting = persiapan
uitsluiten = mengeluarkan
uitspraak = pemberitahuan
uitspreken = melafalkan
uitspreken = ucap, menucapkan
uitstekend = utama
uitstellen = menunda
uitstorten = menumpah
uitstraling = baju
uittrekken = membetot
uitverkoop = obral
uitvoerder = penata
uitwijken = menyingkir
uitzondering = tangkisan
uniek = luar-biasa
uniform = seragam
uur = jam
V
vaag = saru, samar
vaak = kerap, sering
vaas = jambangan
vacuum = vakum
vader = pak, ayah
vader, meneer, u = bapak
vak = petak
vakantie = libur(an)
vakman = juru
vallen = jatuh
vals = sumbang, curang
van = di, dari
van boven = dari atas
van plan zijn = berencana
vanaf = dari
vandaag = hari ini
vangen = menangkap
vanwege = gara-gara, oleh
varen = berlayar
varken = babi
vast (v. slapen) = nyenyak
vastbinden = membandut
vaste prijs = pas, harga pas
vaste prijs = harga mati
vasten = (ber)puasa
vasthoden = pegang
vasthouden = memegang
vastleggen = merekam
vastliggen =paut
vastmaken = memasang
vaststellen = menentukan
vechten = sabung
vechten = berkelahi
vee = ternah
veel = benar, banyak
veemarkt = pasar hewan
veer = per
vegen = menyapu
veilig = aman
veiligheid = keamanan
vel = lai
vel, blad = helai
veld = padang, lapangan
veldheer = hulubalang
velg = pelek
ventiel = pentil
ver = jauh
verachtelijk = hina
veranderen = beralih
veranderen = (ber)ubah
veranderen tot = ubah (mengubah)
verbaasd = heran
verbazen = mengherankan
verbergen = ondok
verbeten = gigih
verbeteren = memperbaiki
verbetering = perbaikan
verbieden = (me)larang
verbinden = membalut
verbluft = tercengang
verbod = larangan
verboden = dilarang
verbonden = hubung
verbranden == membakar, menunukan
verbreken = memecahkan
verbrijzeld = ancur
verdelen = membagi
verdienen = berpenghasilan
verdienste = jasa, amal
verdiepen = memperdalam(dalam)
verdieping = tingkat
verdomme = sialan
verdragen = tahan
verdriet = dukacita
verdronken = terbenam
verdwaald = kesasar (tersasar)
verdwenen = hilang
verdwijnen = (meng)hilang
verenigd = serikat
verering = puja
verf = cat
verfijnd = halus
verfijnen = menghaluskan
verfrissend = segar
vergaderen = berhimpun
vergadering = rapat
vergeefs = sia sia, batal
vergelding = pembalasan
vergelijken = menolok
vergeten = lupa
vergeving = ampun
vergezellen = menemani, mengikuti
vergif = racun
vergroten = memperbesar
verhaal = kisah, riwaya, cerita
verheffen = bangkit
verhitten = memanasi
verhuizen = berpindah
verijdelen = membatalkan, gagalkan
verjaardag, jarig zijn = ulang tahun
verjagen = usir
verkeer = lalu lintas
verkennen = meluluk
verkenner = peloper
verkering = pacar
verkopen = (men)jual
verkoper = penjual
verkouden = pilek
verkrachting = perkosaan
verkrijgen = memperoleh
verkwistend = boros
verlangen = keinginan (ingin), hasrat
verlaten = meninggalkan
verlegen = malu
verlichten = menerangi
verliefd = asyik, jatuh cinta
verlof = cuti, perlop
verloofde = tunangan
verloskundige = bidan
vermaak = kegemaran
vermageren = mengurus
vermeerderen = menambah
vermelden = menyebut
vermengen = mencampur
vermicelli = bihun
vermijden = menjauhi
verminderd = dikurangi
verminderen = mengurangi
vermoedelijk = agaknya
vermoeden = mengira, mengagak, menduga
vermoeid = lelah
vernielen = obrak, merusak
vernieler = perusak
vernietigen = basmi
vernieuwen = memperbarui
veroorzaken = menilbulkan
verpleegster = jururawat
verplegen = merawat
verpleger = perawat
verplicht = wajib
verplichten = mewajibkan
verrassen = menggembirakan
verrassing = kejutan
verrekijker = teropong
verrichten = melakukan
verrijken = memperkaya
verruimen = memperluas
vers = segar
verschijnen = timbul, terbit
verschil = beda
versieren = menghiasi, memajang
versiering = hiasan
verslag = laporan
verslappen = mengendur
verslaving = tagih
versleten = rombeng
verspreiden = menyebar, mengaparkan
verstand = akal, nalar
verstandig = bijaksana
versterken = (mem)perkuat
verstevigen = mempererat
verstoppen = bersembunyi
verstopt = tersumbat
verstrooid, in de war = linglung
vertalen = menerjemahkan
vertegenwoordiger = badal, wakil
vertellen = membilang
vertellen = (ber)cerita
vertier = hiburan
vertonen = menunjukkan
vertrappen = menginjak
vertrekken = oncat, berangkat
vertrouwen = mempercayai
vervaardigen = membikin
vervangen = mengganti
verveeld = bosan
vervelen = membosankan
verven = dicet
vervloeken = mengutuk
vervloekt = terkutuk
vervoer = kendaraan
vervolg = lanjut
vervolgen = meneruskan(terus)
vervolgens = kemudian, seterusnya
vervolgens = terus, selanjutnya
verwaand = angkuh, congkak, sombong
verwachten = menantikan
verwarming = pemanas
verwarring = bingung
verwelkomen = mengelu-elukan
verwend = manja
verwennen = memanja
verwerken = mengolah
verwijderen = menyingkirkan
verwonden = menelap
verzadigd = kenyang
verzakken = longsor
verzamelen = berkumpul
verzenden = mengirim
verzet = protes
verzinsel = reka
verzoeken = mempersilakan(sila)
verzoeken = (me)minta
verzorgen = memelihara
vescheidenheid = bineka
vestigen = berkedudukan
vet = tambun, lemak
veter = tali sepatu
via = lewat, melalui
vier = empat
vieren = merayakan, berpesta
vierkant = persegi empat
vijand = musuh(k), seteru
vijf = panca, lima
vijver = telaga, kolam
vinden = menemukan
vinger = jari
vingers = jemari
viool = biola
vis = ikan
visite = singgah
visser = penangkap, nelayan
visserij = perikanan
vlag = bendera
vlakgom = penghabus
vlecht = kepang
vlechtwerk = gedek
vleermuis = kalong
vlees = daging
vleesbal = bakso
vleesgerecht (gebraden in santen) = opor
vleessoep = soto
vleien = membujuk
vleugel = sayap
vlieg = lalat
vliegen = naik pesawat, terbang
vliegtuig = kapal terbang
vliegveld = bandara
vlijtig = rajin
vlinder = kupu kupu
vloek = sumpah, serapa, kutuk
vloer = lantai
vloerkleed = ambal
vlot = lancar
vlucht = penerbangan
vluchtig = sepintas
vlug = lekas
vochtig = lembab
voedsel = makanan
voedzaam = bergizi
voeg toe! = imbuhkan(lah)!
voelen = merasa
voertuig = kendaraan
voet = kaki
voetbal = sepak bola
voetballen = bersepak bola
vogel = burung
vol = penuh
voldoen = melunasi
voldoende = cukup
volgen = (meng)ikuti
volgen = menyusul, menurut
volgend = (ber)ikut
volgens = menurut, secara
volk = rakyat, bangsa
volledig = lengkap
volmaakt = perfek, sempurna
volontair = magang
voltooid = selesai
voltooiing = tamat
volwassen = dewasa
voor = di depan
voor = di muka
voor = untuk, bagi vóór = depan
voor mij = bagi saya
vooraf = duluan
vooral = terutama
vooral = hubaya, apapula
voorbeeld = contoh
voorbereiding = ancangan, persiapan
voorbij = lampau
voordat = sebelum
voordeel = untung
voorgalerij = pendopo
voorhoofd = kening
voorkant = hadapan
voorkomen = mencegah
voorlichting = penarangan
voorlopig = sementara
voormalig = bekas
vooroordeel = prasangka
voorraad = persediaan, cadangan
voorspoed = bahagia
voorspoedig = sejahtera
voorstel = usul, saran
voorstelling = pertunjukan
voortdurend = senantiasa
voorts = hatta, sjahdan, arakian
vooruit = ayo
vooruitgaan = melaju
voorvoegsel = awalan
voorwaarde = syarat
voorwerp = benda
voorzichtig = hati-hati
voorzitter = ketua
vork = garpu
vorm = rupa
vormen = bentuk, merupakan
vormgeving = tata letak
vouwen = melipat
vraag = tanya
vracht = beban
vrachtauto = mobil-barang
vragen = bertanya
vragen naar = menanyakan
vrede = damai
vreemd = aneh, asing
vriend = sobat, sahabat
vriendin = cewek, pacar
vrij = libur, bebas
vrijdag = hari jumat
vrije tijd = waktu luang
vrijgezel = bujang
vrijheid = merdeka
vrijpostig = lancang
vroeg = pagi
vroeger = dulu
vrolijk = cerah
vrouw, vrouwelijk = perempuan
vrouwtje (alleen voor dieren) = betina
vrucht, stuk = buah
vruchtbaar = subur
vruchtensla = rujak
vuil = kotor
vul in! = isi(lah)!
vullen = memenuhi
vuur = api
vuurwerk = mercon
W
w.c. = kakus
waar = di mana
waardigheid = martabat
waardoor = kenapa
waarheen = ke mana
waarom = mengapa
waarvandaan = dari mana
wachten = menunggu, tunggu, menanti
wachtkamer = kamar tunggu
wandelen = berjala-jalan
wang = pipi
wanhopig = putus asa
wankel = goyang
wankelen = huyung
wanneer = kapan, apabila
want = sebab, karena
wantrouwen = mencurigai
wapen = senjata
wapenbroeder = panakawan
warenhuis = toko-sembada
warm = panas
warm hebben = kepanasan
wassen = membasuh, mencuci
wat = apa
wat betreft = adapun
water = air
waterleiding = pancuran
watermeloen = semangka
waterspinazie = kangkung
watten = kapas
wedstrijd = pelombaan, pertandingan
weduwe = janda
week = lembut, minggu
weemoed = kenangan
weer = lagi
weerstaan = melawan
weerzien = jumpa
weg = jalan
wegbrengen = mengantar
wegens = saking
wegjagen = mengenyah, mengusir
wegkwijnen = layu
wegwerpen = buang
weigeren = mogok
weinig = sedikit
weken = merendam
welgesteld = berada
welk(e) = yang mana
welke = yang, mana
welkom = selamat datang
welvarend = makmur
wenkbrauw = alis
wensen = ingin, hendak
wereld = dunia, alam
werk = pekerjaan (kerja)
werken = bekerja
werkgever = majikan
werkloze = tunakarya, penganggur
werknemer = buruh, karyawan
werkplaats = bengkel
werpspeer = pendahan
west = barat
wet = hukum
weten = tahu
wettig = esah
wie = siapa
wie weet = entah
wiel = roda
wij = kami, kita, katong
wijd = oblak
wijd open = menganga
wijk = kampung
wijn = anggur
wijze = macam
wijzen = menunjuk
wild = liar
willen = mau
wind = angin
winkel = toko
winnen = menang
winst = laba
winter = musim dinging
wisselen = menukar
wit = putih
woede = kemarahan, gusar
woensdag = hari rabu
woest = galak
wolk = awan
wond = luka
wonen = tinggal
woning = bilik
woonkamer = kamar tamu
woord = kata
woordenboek = kamus
woordenlijst = daftar kata
worden = menjadi
workshop = lokakarya
worm = cacing
wraak = revans, dendam
wrang = sepat
wrat = kutil
wrijven = melulut
wuiven = melambai
Z
zaad = biji
zaag = gergaji
zaal = ruang
zacht = lunak
zacht gekookt = lodeh
zak = saku, kantong
zakdoek = saputangan
zakkenroller = pencopet
zakmes = pisau-saku
zand = pasir
zanger = bidan
zaterdag = hari sabtu
zee = laut
zeef = ayak
zeeman = pelaut
zeep = sabun
zeer = benar, sekali
zeg eens! = katakanlah!
zeggen = berkata
zeggen = bilang
zegswijze = pepatah
zeker = tentu (saja)
zelden = jarang
zeldzaam = nadir
zelfbediening = serpis-sendiri
zelfmoord = puputan
zelfs = malahan, bahkan
zelfstandige = wirawasta
zenden = mengirim
zes = enam
zeven = tujuh
zich bevinden = berada (ada)
zich vergissen = keliru
zichtbaar = tampak, nampak
zichzelf = diri
zie!, kijk! = nah
ziek = sakit
ziekenhuis = rumah sakit
ziekte = penyakit
ziel = jiwa, tondi
zielepoot = kassian
zien = melihat
zien, kijken naar = lihat
zij = mereka, ia
zijde = sutera, pihak
zijkant = samping
zijn = nya (-nya), dia
zilver = perak
zin = kalimat
zingen = menyanyi, bernyanyi
zinnen (in lijdende vorm) = kalimat pasif
zintuig = indera
zitkamer = kamar duduk
zitten = duduk
zitting = sidang
zo = begitu
zo, zoals dit = begini
zo gaat 't = itulah
zoals = seperti
zodanig = kian
zodat = sehingga
zoeken = mencari
zoenen = mencium
zoet = manis
zoetzuur = acar
zoeven, zojuist = tadi
zomer = musim panas
zon = mata hari
zondag = hari minggu
zondag(week) = m(m)inggu
zonde = dosa
zonnebad = jemur
zonnescherm = kree
zool = sol
zoon = anak-anak laki, putera
zorg = usaha
zout = garam
zout (van smaak) = asin
zuid = selatan
zuidoosten = tenggara
zuidpool = kutub janubi, kutub selatan
zuidwesten = barat daya
zuigeling = bayi
zuigen = melulum, mengisap
zuil = sila
zuinig = hemat
zuiver = murni
zullen = akan
zus (jongere-) = adik perempuan
zuster = saudari
zuur = (m)asam
zuurstof = oksigen
zwaar = berat
zwager = ipar
zwak = lemah
zwanger = bunting, hamil
zwart = hitam
zweep = cambuk
zweer = kayap
zweet = keringat
zwemmen = berenang
zweren = bersumpah
zwerven = embara
zweten = berkeringat
zwijn = celeng

© 26/05/2006